ZOETERMEER - De uitkeringsinstellingen (Cadans, GAK, GUO, SFB en USZO) doen te weinig aan het terugdringen van hoog ziekteverzuim. Onvoldoende begeleiding van onder meer uitzendkrachten en zieke werklozen hebben de afgelopen jaren gezorgd voor onnodig hoog verzuim, arbeidsongeschiktheid en de instroom in de WAO. Dat heeft het College van Toezicht Sociale Verzekeringen (CTSV) donderdag bekendgemaakt.

Volgens het CTSV schieten de instellingen tekort bij de begeleiding van groepen mensen voor wie zij een wettelijke taak hebben om ze op te vangen bij ziekte. Deze groepen betreffen onder meer uitzendkrachten, zieke werklozen en zwangere vrouwen. In een donderdag verschenen onderzoek 'Mazen' van de toezichthouder pleit het CTSV dan ook voor intensivering van deze taak door instellingen.

Uit het onderzoek blijkt dat uitvoeringsinstellingen in drukke periodes weinig aandacht schenken aan de uitvoering van de ziektewet. Zij leggen de prioriteit bij WAO-keuringen en proberen zich vooral te houden aan procedure- en productienormen als aantallen, budgetten en tijd.

"Uitvoeringsinstellingen doen ten aanzien van groepen, waarvoor zij een bijzondere verantwoordelijkheid dragen, feitelijk niet meer dan wat zij bij elke andere werknemer doen. Namelijk controleren", zo concludeert het CTSV. Hierdoor zit er voor een zieke werknemer gemiddeld zo'n vijf tot zes weken tussen de ziekmelding en de beoordeling door een arts. Het verzuim kan hierdoor onnodig lang duren.

Om het ziekteverzuim voor de speciale groepen in het eerste ziektejaar terug te dringen en een snelle reïntegratie te bevorderen, is volgens het CTSV een koerswending bij de instellingen nodig. Om dit te bereiken moet volgens de toezichthouder ook wetgeving worden aangepast. Regels over het begeleiden van zieken zouden nu nog te onduidelijk zijn.