Supermarkt verdringt speciaalzaak in de visverkoop

DEN HAAG - Nederlanders gaan minder vaak naar een speciaalzaak voor hun vis. De supermarkten winnen steeds meer aan terrein. Vorig jaar is het marktaandeel van de supers in de verkoop van verse vis aan consumenten voor het eerst boven de 50 procent uitgekomen.

Dat blijkt uit een woensdag gepresenteerd onderzoek van GfK Panelservices Benelux. Met hun voorverpakte vis hebben de supermarkten sinds 1995 hun marktaandeel weten te vergroten van ,3 procent naar 50,4 procent vorig jaar.

"De speciaalzaken moeten het vooral nog hebben van haring, belegde broodjes, gebakken lekkerbekjes en kibbeling die ter plekke door consumenten worden verorberd", stelde onderzoeker M. Mens van het Productschap Vis in een reactie. Het schap heeft wegens het jarenlange afkalvende marktaandeel het Economisch Instituut Midden- en Kleinbedrijf (EIM) onderzoek laten doen naar de levensvatbaarheid van de speciaalzaken.

Het EIM heeft vorig jaar in februari en november telkens duizend mensen ondervraagd of de viskraam, -winkels en haringkarren hun nog wat te bieden hebben. Gemiddeld gaf slechts eenvijfde aan nog voor verse vis(producten) naar een speciaalzaak te gaan. Daarentegen zei procent regelmatig bij een kraam of in een winkel te staan om een harinkje te happen of om bijvoorbeeld een gebakken visje te nuttigen.

Dat de speciaalzaken voor het belangrijkste deel op de horeca-achtige functie draaien, blijkt volgens Mens ook uit het GfK-onderzoek. Daarin staat dat de kleine viswinkels tezamen circa miljoen euro per jaar verkopen aan verse vis voor thuisgebruik. "Dat is niet veel als je weet dat het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft becijferd dat de visspecialisten in totaal 550 miljoen euro omzetten", verklaarde hij.

Mens benadrukt wel dat het verschil van 450 miljoen euro niet geheel het gevolg is van de verkoop van snacks. De speciaalzaken zijn volgens hem ook belangrijke leveranciers aan restaurants. Volgens het Nederlands Visbureau wordt van de jaarlijkse visconsumptie ongeveer 30 procent buiten de deur gegeten. De rest bereiden de Nederlanders thuis.

Tip de redactie