AMSTERDAM - Betalen met een pinpas wordt steeds populairder. Nederlanders pinnen gemiddeld 112 keer per jaar. In 2000 lag het jaarlijkse gemiddelde nog op honderd pintransacties, zo blijkt uit onderzoek dat het NIPO vrijdag publiceerde.

Vooral voor grotere bedragen halen Nederlanders vaak de pinpas uit de portemonnee. Ruim viervijfde van de betalingen boven de 50 euro wordt met de bankpas afgerekend.

Door de verdere opmars van het pinnen verdwijnt de creditcard naar de achtergrond. Hoewel bijna de helft van de Nederlanders een creditcard heeft, zegt één op de vijf zijn kaart zelden of nooit te gebruiken. Het NIPO wijt deze trend ook aan de invoering van de euro. Tijdens reizen binnen Europa kunnen Nederlanders voortaan eenvoudiger met contant geld betalen.

Voor de chipknip loopt Nederland nog altijd niet echt warm, aldus het onderzoeksbureau. Weliswaar heeft driekwart van de consumenten een chipknip, maar ze vinden er veel nadelen aan kleven. Mensen zijn huiverig voor de chipknip, omdat het betaalpasje niet met een pincode is beveiligd. Bij verlies of diefstal kan iemand het saldo op de kaart zonder meer gebruiken. Ook vinden eigenaren van de chipknip dat ze minder zicht op hun uitgaves hebben als ze met het pasje betalen.

Ruim de helft van de jongeren (tussen de 16 en 35 jaar) zegt dan ook de chipknip nooit te gebruiken. Dat de betaalmethode toch terrein wint, komt voornamelijk doordat meer gemeenten hun parkeermeters uitsluitend via deze pas laten lopen.