WENEN/LONDEN - Terwijl rond Irak het geroffel van de Amerikaanse oorlogstrommels steeds luider klinkt, gaat de Organisatie van Olie-Exporterende Landen (OPEC) vergaderen. De ministers van de elf lidstaten zullen zich dinsdag in Wenen vooral buigen over de vraag hoe ze een spectaculaire stijging van de ruwe-olieprijs moeten voorkomen als het offensief losbarst.

Dat zal hun de nodige hoofdbrekens kosten. De lidstaten, samen goed voor eenderde van de wereldproductie, hebben hun oliekranen al wijd open staan. Desondanks bereikte de prijs van de belangrijkste energiebron op aarde vorige week een niveau dat de markt niet meer had meegemaakt sinds Irak in 1990 Koeweit binnenviel.

Olie kostte eind februari tegen de 34 dollar per vat (159 liter). De prijs is inmiddels iets gezakt. Voor een vat Brent-olie uit de Noordzee moest vrijdag in Londen 33,50 euro worden betaald.

Het nog meer opvoeren van de productie lijkt het enige middel dat de OPEC heeft om een verdere prijsstijging te remmen. Vooral Saudi-Arabië zou er voor zijn alle productiebeperkende afspraken op te schorten. Volgens ingewijden zijn de meeste lidstaten informeel al overeengekomen zoveel als mogelijk te produceren. Uitgezonderd Venezuela en Indonesië, die domweg niet meer kunnen oppompen, halen de OPEC-landen momenteel meer olie uit de grond dan is afgesproken. Zo produceert Saudi-Arabië 9 miljoen vaten per dag, 13 procent boven het afgesproken quotum.

Capaciteit

De capaciteit van het kartel is volgens deskundigen ontoereikend om het wegvallen van de dagelijkse 2,5 miljoen vaten Iraakse olie op te vangen. Het land mag van de Verenigde Naties deze hoeveelheid olie verhandelen in het kader van het zogeheten olie-voor-voedsel-programma. Een oorlog zal deze stroom direct doen staken.

Bovendien heeft het opvoeren van de productie tot nu toe weinig soelaas geboden. Bij de vorige OPEC-sessie in Wenen, twee maanden geleden, besloot het oliekartel 24,5 miljoen barrel per dag uit de grond te pompen. Daarmee vergrootte de organisatie haar aandeel op de wereldmarkt, waar zo'n 40 miljoen vaten per dag worden verhandeld. Maar de prijs bleef boven het door de OPEC-ministers gewenste niveau van maximaal 29 dollar per vat.

Medewerkers van oliemaatschappijen Shell en BP verwachten dat de olieprijs omhoog schiet als er oorlog komt, net als tijdens de invasie van Koeweit. "Een gewapend conflict dichtbij oliebronnen leidt altijd tot hogere prijzen", aldus de Nederlandse energiedeskundige C. van der Linde.

Ook de Iraakse autoriteiten voeden dit schrikbeeld van de OPEC-landen. Een hoge functionaris van het Iraakse ministerie van Olie zei vrijdag dat een Amerikaanse aanval verwoestend zal zijn voor de wereldeconomie en de olieleveranties in de wereld. "De olieprijs bereikt dan een astronomisch hoog niveau." Daarbij ontkende hij bij hoog en laag dat Bagdad plannen heeft zijn eigen olievelden te vernietigen.

De olieministers van de OPEC vrezen dat een prijsstijging de vraag naar olie zal verminderen ten gunste van die van alternatieve energiebronnen. De behoefte aan olie en gas neemt bovendien al af nu de wintermaanden op het noordelijk halfrond plaatsmaken voor de lente. Volgens deskundigen is dat de gunstigste tijd voor een militaire aanval op Irak.