AMSTERDAM - Taxipassagiers zijn bij een ongeluk maar beperkt verzekerd voor eventueel letsel. Dat komt door een wet uit 1983 die een schadevergoeding in het personenvervoer aan een maximum van 137 duizend euro per persoon bindt, meldt Trouw.

Een man die door ongeluk met een taxi waarin hij zat tot aan zijn hoofd verlamd raakte, gaat de zaak aankaarten bij de Hoge Raad.

De 27-jarige man liep een zogeheten hoge dwarslaesie op. Maar zijn schadeverzekeraar Achmea beroept zich op de wet en keert slechts 137 duizend euro uit, meldt Trouw. "Dat is onredelijk en onbillijk", stelt Geertruid van Wassenaer, de advocaat van het slachtoffer. "Je betaalt je blauw aan een taxirit. Dan denk je als passagier dat daar wel een behoorlijke verzekering bij inbegrepen is. Nee dus. Dat valt niet te snappen."

Limitering is ooit ingevoerd omdat grootschalig personenvervoer anders onverzekerbaar zou zijn. Van Wassenaer zegt dit nog wel te kunnen begrijpen. "Een trein-, scheepvaart, of busongeluk kan zo catastrofaal uitpakken, dat een verzekering tegen dit soort risico's onbetaalbaar zou worden. Maar is dat risico zo groot bij taxi's?"

Overstekende voetganger

"De rare situatie doet zich voor dat de overstekende voetganger die wordt geschept door een taxi en daarbij ernstig letsel oploopt, in de praktijk twee miljoen euro kan krijgen. Gaat het om de passagier in die taxi, dan houdt het op bij 137 duizend euro. Dat is niet uit te leggen."

Van Wassenaer wil dat de hoogste rechter zich uitspreekt over de zaak van haar cliënt. Achmea zou aan die procedure meewerken. Volgens Trouw houden beide partijen donderdagochtend pleidooien voor de rechtbank in Den Haag. Ze hopen op een snelle uitspraak, waarna -ongeacht de uitkomst- zogeheten sprongcassatie wordt ingesteld bij de Hoge Raad, dus zonder tussenkomst van het gerechtshof.