ROTTERDAM - Nederlandse consumenten kopen producten meestal niet op basis van de feitelijke prijs, maar op basis van prijsbeleving. De prijsbeleving, oftewel het geschatte prijsniveau ten opzichte van de concurrentie, wijkt echter vaak sterk af van het werkelijke prijspeil.

Dit blijkt uit vrijdag gepubliceerd onderzoek van OC&C Strategy Consultants onder 4500 consumenten in vijf landen.

Gemiddeld wijkt de prijsbeleving van de Nederlandse consument 15 procent af van de werkelijke prijs, maar dit verschil kan, afhankelijk van de branche en de specifieke winkel, oplopen tot 30 procent.

Uit het onderzoek blijkt bovendien dat Nederlanders prijsniveaus minder goed inschatten dan Fransen, Duitsers en Britten.

Mediamarkt

De Mediamarkt heeft bijvoorbeeld dankzij een succesvol en gestuurd prijsimago een 8 procent gunstiger prijsbeleving dan de realiteit, aldus het onderzoeksbureau. Concurrent BCC, die volgens het onderzoek procenten goedkoper is dan de Mediamarkt, wordt door consumenten 4 procent te duur ingeschat.

Het onderzoeksbureau meet de feitelijke prijspeil aan de hand van een mandje met vergelijkbare producten.

Verschillen

Echte grote verschillen tussen feitelijke prijs en perceptie zijn te vinden in kleding en schoeisel. Het prijsniveau van duurdere winkels als De Bijenkorf, Esprit of Manfield wordt fors onderschat, terwijl de prijzen van goedkopere winkels als C&A, H&M en Dolcis licht overschat worden. Hierbij moet wel gezegd worden dat prijsvergelijkingen in kleding en schoeisel niet één op één mogelijk zijn.

Het onderzoeksbureau noemt ook doe-het-zelfketen Praxis als voorbeeld van een goedkope keten die een te duur imago heeft. Het mandje van producten was 17 procent goedkoper dan bij concurrenten Gamma en Karwei, terwijl de consumenten de verschillen op minder dan 1 procent inschatten.

Praxis

Door het goedkope imago niet duidelijk naar buiten te brengen, geeft Praxis volgens OC&C onnodig geld weg aan klanten.