DEN HAAG - "De langste fusie ooit", kenmerkte historicus Jan Luiten van Zanden de geschiedenis van Royal Dutch Shell. Het verleden van de jarige oliemaatschappij, die in 1907 voortkwam uit de Koninklijke Nederlandse Petroleummaatschappij en de Britse Shell Transport & Trading Company, werd donderdag in vier delen gepresenteerd.

"Een bedrijf van meer dan honderd jaar oud is 10 kilo papier zeker waard" zei Yvonne van Rooy, voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit Utrecht. Vier historici, drie Nederlanders en een Brit, klaarden het werk in vier jaar.

De onafhankelijke wetenschappers kregen van de Nederlands-Britse oliemaatschappij, die het werk bekostigde, alle archieftoegang en vrijheid, verklaarde de Utrechtse hoogleraar Van Zanden. De stukken over de plotselinge afwaardering van de olie- en gasreserves in 2004 bleven echter achter slot en grendel, omdat deze materie nog voor de rechter kan komen.

Ook de recente gedwongen verkoop van een groot belang in het olie- en gasproject Sachalin II aan het Kremlin blijft voer voor toekomstige historici; het boek lag al bij de drukker. "Maar dat nationale regeringen oliecontracten willen heronderhandelen is van alle tijden", constateerde historica Keetie Sluyterman.

Samenwerking

Het viel Shell-bestuursvoorzitter Jeroen van der Veer op hoe de Nederlanders en de Britten ook al in de jaren twintig en dertig probeerden de samenwerking voor elkaar te krijgen. De Britse en Nederlandse tak werden uiteindelijk pas in 2005 samengesmeed tot een Britse onderneming met een Haags hoofdkantoor.

Missers, zoals de reservekwestie, zijn van alle tijden, blijkt uit het geschiedenisboek: "Wanneer Londen in 1934 hun mening vraagt, oordelen de geologen in Den Haag dat er in Saudi-Arabië geen olie is."