WIJK AAN ZEE - Bijna driekwart van de jongeren gaat deze zomer aan de slag met vakantiewerk of blijft doorwerken in de bijbaan die ze al hebben naast hun school of studie. Dat is een stijging ten opzichte van vorig jaar. Toen werkte 64,6 procent (door) tijdens de vakantie.

Dat blijkt uit een dinsdag gepresenteerd onderzoek van FNV Jong onder ruim negenhonderd scholieren en studenten van het vmbo tot de universiteit. Driekwart werkt om extra te verdienen, maar geld is niet alleen belangrijk. Voor bijna 60 procent betekent het ideale baantje goed betaald krijgen, maar een iets grotere groep wil vooral ook met leuke mensen werken.

Verveling

Bijna vier op de tien werkt gewoon door bij zijn huidige werkgever. Ruim een kwart noemt ook het tegengaan van verveling als reden om te gaan werken en 22,7 procent wil graag werkervaring opdoen.

Maar het maakt jongeren vaak niet uit of hun vakantie- of bijbaantje aansluit op hun studierichting. Net als vorig jaar gaan de meeste scholieren en studenten aan de slag in de detailhandel en de horeca. Alhoewel de horeca met 18 procent een stuk minder populair is dan in de zomer van 2006, toen nog 26 procent in de bediening of achter de toog werkte.

Horeca

De horeca wordt wel het vaakst genoemd als de sector waar jongeren denken het meeste te kunnen verdienen. Meer dan 60 procent van de ondervraagden verwacht een bruto uurloon tussen de 4 en 9 euro. Daarmee denken ze volgens FNV Jong circa het dubbele te verdienen van het minimum(jeugd)loon.

Ruim zeven op de tien speelt op zeker en wil wit uitbetaald krijgen. Ongeveer 6 procent verdient liever zwart bij en 15 procent laat het afhangen van wat de baas wil.

Meer dan de helft wil deze zomer twintig tot veertig uur per week aan de slag. Bijna 40 procent gaat minder dan twintig uur werken. Daarnaast wil met 8,8 procent volgens FNV Jong nog een behoorlijk grote groep vakantiewerk voor meer dan 40 uur per week.

Contract

Verder heeft twee derde liever een contract met zekerheid over het aantal uren dat gewerkt moet worden. Daarentegen vinden circa drie van de tien een flex- of oproepcontract prima.