DEN HAAG - Ouderen, en dan vooral vrouwen, werken iets vaker door. Vorig jaar werkte 41,7 procent van de beroepsbevolking tussen de 55 en 65 jaar, tegen 39,7 procent in 2005.

Dat blijkt uit een voortgangsrapportage over het 'Kabinetsstandpunt Stimuleren langer werken van ouderen' die staatssecretaris Ahmed Aboutaleb (Sociale Zaken) maandag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Talent 45+

Om blijvend aandacht te vragen voor langer doorwerken, stelt de bewindsman binnenkort een actieteam 'Talent 45+' in. Het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) is eind vorig jaar al met het actieplan 'Talent 45+' begonnen, omdat de werkloosheid onder ouderen relatief hoog is.

Het voormalige Arbeidsbureau sprak toen met gemeenten, uitkeringsinstituut UWV, werkgevers, uitzendkoepel ABU en de club van re-integratiedienstverleners Boaborea af om samen meer ouderen aan de slag te krijgen.

Volgens Aboutaleb neemt het actieteam het stokje over van de zogeheten werkgroep Grijs Werkt, die door het vorige kabinet was ingesteld en eind dit jaar stopt.

Mannen

Vooral vrouwen tussen de 55 en 59 jaar werken steeds vaker: vorig jaar 42,7 procent, tegen 38,3 procent in 2005. Bij mannen is een geringere stijging te zien van 72,2 procent in 2005 naar 73,2 procent een jaar later.

Gemiddeld stoppen werknemers nog op hun 61e jaar met werken. In de leeftijdsgroep 60 tot 65 jaar is dan ook meer winst te behalen. Vanaf 60 jaar werkt 28,8 procent van de mannen (was 25,1 procent in 2005) en 12,8 procent van de vrouwen (11,5 procent in 2005).

Vut-afspraken

Met het oog op de vergrijzing wil het kabinet dat mensen langer doorwerken en zijn door overheidsingrijpen vroegpensioenregelingen afgebouwd. Zo golden in 2001 vut-afspraken voor 83 procent van de werknemers die onder een cao vallen, tegen 11 procent in 2006.

Uit onderzoek naar 121 cao's blijkt ook dat werkgevers en vakbonden meer afspraken maken om personeel tot op latere leeftijd in dienst te houden.