DEN HAAG - Fabrikanten van medicijnen kunnen indirect invloed uitoefenen op richtlijnen die voorschrijven hoe patiënten behandeld moeten worden. Dat heeft minister Ab Klink van Volksgezondheid vrijdag gezegd. Hij stelt voor dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) vervolgonderzoek doet naar de kwestie.

Door 'financiële banden' met patiëntenverenigingen, belangenorganisaties en leden van commissies die de richtlijnen voor de behandeling van ziektes bepalen, kan "de farmaceutische industrie inderdaad indirecte invloed uitoefenen op de totstandkoming van behandelrichtlijnen", aldus Klink.

Tegelijkertijd stelt de gezondheidsinspectie dat bij richtlijnen die mede zijn opgesteld door het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) en het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg (CBO) niet of nauwelijks invloed door de farmaceutische industrie wordt uitgeoefend.

Invloed

"Bij het opstellen van behandelrichtlijnen door patiëntenverenigingen en andere belangenorganisaties is het gevaar van ongewenste invloed vanuit de farmaceutische industrie groter", aldus de IGZ.

De organisaties worden namelijk vaak gesponsord door de bedrijven. Bovendien ontbreekt het hen aan ervaring.

Vakgebied

De invloed die de fabrikanten hebben, loopt via gezaghebbende personen op een bepaald medisch vakgebied, aldus de inspectie.

Volgens de IGZ is het echter vrijwel onmogelijk om gezaghebbende personen aan te trekken die geen enkele band met fabrikanten hebben.

Bronnen

De inspectie stelt dat medicijnmakers door de volgende oorzaken invloed kunnen uitoefenen: "De terugtredende overheid, waardoor organisaties op zoek gaan naar alternatieve financieringsbronnen en het door de farmaceutische industrie zoeken naar andere wijzen van reclame of beïnvloeding."

De IGZ wil daarom vervolgonderzoek doen. Onder andere moet duidelijk worden welke banden de opstellers van de richtlijnen voor behandeling hebben met de farmaceutische industrie.