AMSTERDAM - De salarissen van leraren blijven stelselmatig achter bij de salarissen in andere sectoren, vooral het bedrijfsleven. Dat blijkt dinsdag uit berekeningen van de Algemene Onderwijsbond (AOb), schrijft de Volkskrant.

In bijna de hele onderwijssector zouden salarissen sinds 1990 negen procentpunt achterlopen op de gemiddelde loonstijging.

De AOb maakt bij de berekening gebruik van cijfers van het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt (SBO) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De AOb legt de schuld voor de relatief lage salarissen bij de drie vorige kabinetten Balkenende, die de overheids- en onderwijssalarissen bevroren en de tegemoetkoming in de ziektekosten 'decimeerde'.

Rekenen

"Ondertussen krabt de overheid zich op het hoofd waarom te weinig mensen kiezen voor het leraarsberoep", zegt voorzitter Walter Dresscher. "Ik weet het wel: ze kunnen goed rekenen."

Minister van Onderwijs Ronald Plasterk (PvdA) spreekt dinsdag de algemene vergadering van de AOb toe. Hij wilde tegenover de krant niet reageren op de berekening van het AOb. Een woordvoerder wees op een lopend onderzoek van de commissie Rinnooy Kan, die de arbeidsvoorwaarden en het carrièreperspectief van leraren onderzoekt.