AMSTERDAM - Bestuursvoorzitter Rijkman Groenink van ABN Amro verwacht dat de Hoge Raad eind juni/ begin juli uitspraak doet over de verkoop van de Amerikaanse ABN Amro-dochter LaSalle. Dat zegt Groenink in een interview op de intranet website van de bank.

De Ondernemingskamer bevroor de verkoop van LaSalle vorige maand en bepaalde dat ABN Amro zijn aandeelhouders had moeten raadplegen voordat LaSalle werd verkocht. De Hoge Raad buigt zich momenteel over de kwestie en liet al eerder weten dat het een spoedzaak betreft die binnen een aantal maanden kan worden afgerond.

LaSalle staat centraal in de overnamestrijd rond ABN Amro. ABN Amro verkocht LaSalle aan Bank of America voor 21 miljard dollar, als onderdeel van een grotere transactie met Barclays. Royal Bank of Scotland, Banco Santander en Fortis hebben vorige week een bod van 71,1 miljard euro op tafel gelegd met de voorwaarde LaSalle over te nemen.

Voorkeur

Hoewel Groenink eerder liet weten minder gecharmeerd te zijn van het bankentrio, zegt de bestuursvoorzitter nu dat hij geen voorkeur heeft. "Het is nog te vroeg om een voorkeur uit te spreken", aldus Groenink. "We bestuderen het bod van het consortium en kijken wat de gevolgen zijn voor onder anderen onze aandeelhouders en werknemers."

Groenink laat verder weinig los over de complexe overnamestrijd. "Het is soms frustrerend, omdat ik geloof dat het personeel recht heeft op informatie", aldus de bestuursvoorzitter. " Het is gewoon een simpel feit dat ik het personeel juridisch gezien niet mag inlichten over zaken die nog niet publiekelijk bekend zijn gemaakt."