DEN HAAG - Duidelijkheid over de toekomst van ABN Amro is niet te verwachten voor de tweede helft van augustus. Dat zei minister Wouter Bos van Financiën dinsdag in de Tweede Kamer.

De PvdA-bewindsman zette in het overleg vooral uiteen waarom hij niet het achterste van zijn tong kon laten zien over besprekingen die hij nu voert.

Onzeker

"Pas als de partijen die ABN Amro willen overnemen met hun biedingsberichten zijn gekomen, de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan in een rechtszaak rond het overnamegevecht en er een aandeelhoudersvergadering van ABN Amro is geweest, wordt de situatie voor de werknemers minder onzeker", aldus Bos.

Bezwaar

Hij stelde zich in een overleg, waarop Kees Vendrik (GroenLinks) had aangedrongen, terughoudend op. Pas nadat De Nederlandsche Bank groen licht heeft afgegeven over een overname van ABN Amro, is het aan de minister om al dan niet een verklaring van geen bezwaar af te geven.

Bos mag dan alleen beoordelen of de stabiliteit van de financiële sector als geheel in het geding komt. Van hem wordt dan "objectiviteit" verwacht, en dat verdraagt zich slecht met publieke uitlatingen over de wenselijkheid van de ene overname boven de andere.

Gesprekken

Dat alles weerhoudt Bos er niet van om nu al met alle betrokkenen gesprekken te voeren. Daarin komt ook aan de orde wat een eventuele overname betekent voor de werkgelegenheid en wat het voor sociale gevolgen kan hebben.

Daarnaast komen ook de vestiging van een hoofdkantoor en de positie van Amsterdam als financieel cenrtrum ter sprake.

Mening

"Elke potentiële overnemer vindt de mening van de Nederlandse regering hierover belangrijk", aldus Bos. "Financiële instellingen willen weten wat de overheid Amsterdam als financieel centrum te bieden heeft."

In het formele proces van het verlenen van een verklaring van geen bezwaar mogen later dit jaar zorgen over werkgelegenheid geen rol spelen. Gesprekken daarover met betrokkenen zijn nu alleen "effectief" als ze achter de schermen worden gevoerd.