VOORBURG - Het aantal vijftigplussers met een kleine baan is tussen 1996 en 2006 met ruim 60.000 toegenomen tot bijna 195.000. De toename is voornamelijk toe te schrijven aan de vergrijzing, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek maandag.

De meeste ouderen met een kleine baan (minder dan twaalf uur per week) zijn vrouwen, vooral in de leeftijd tot 65 jaar. Zij werken vaak als schoonmaker of als alfahulp. Bij de 65-plussers waren er juist meer mannen met een kleine baan.

Onder de ouderen met een kleine baan zijn veel zelfstandigen. Van de 50-64-jarigen onder hen werkt een kwart voor zichzelf. Bij de 65-plussers is dat ruim de helft. Het gaat om bijvoorbeeld adviseurs, docenten of mensen met een creatief beroep.

Zorgtaken

Ouderen met een kleine baan hebben vaak daarnaast een vut- of pensioenuitkering. Vooral de vrouwen onder hen combineren hun baantje vaak met zorgtaken.

In totaal hadden in 2006 900.000 mensen van 15 jaar en ouder een betaalde baan van minder dan twaalf uur per week. Ruim de helft is onder de 25 jaar.