AMSTERDAM - De positie van bestuursvoorzitter Rijkman Groenink bij ABN Amro staat niet ter discussie. "We hebben geen wijziging overwogen van de samenstelling van de raad van bestuur. De verkoop van LaSalle aan Bank of America was op dat moment de beste keuze", aldus een woordvoerder van de bank vrijdag.

Groenink staat onder druk na de uitspraak van de Ondernemingskamer van het gerechtshof in Amsterdam op donderdag. Toen zette de rechter een streep door de voorgenomen verkoop van het Amerikaanse dochterbedrijf LaSalle aan Bank of America. Deze moet nu worden voorgelegd aan de aandeelhouders.

Voorkeur

De voorgenomen fusie met de Britse bank Barclays geniet nog steeds de voorkeur van ABN Amro, maar de bank zegt "met het consortium op een constructieve manier te werken". Het consortium is de bankengroep Royal Bank of Scotland (RBS), Fortis en Santander. Deze banken willen ABN Amro kopen en opdelen.

Over de dochter LaSalle zei ABN nog steeds open te staan voor andere bieders "binnen de bepalingen van de Ondernemingskamer en de afspraken met Bank of America". Bank of America dacht LaSalle te hebben gekocht voor 21 miljard dollar (ruim 15 miljard euro). Volgens de Amerikanen is de koopovereenkomst bindend, ondanks de uitspraak van de rechter.