LONDEN - Rijkman Groenink moet aftreden als bestuursvoorzitter van ABN Amro. Hij moet de verkoop van het bedrijf overlaten aan de raad van commissarissen. De Britse durfkapitalist TCI heeft dat dinsdag geschreven in een brief aan president-commissaris Arthur Martinez.

Het hedge fund TCI stelt dat Groenink de visie van de aandeelhouders niet deelt. Tijdens de aandeelhoudersvergadering vorige week stemde een meerderheid van hen voor een voorstel van TCI om ABN Amro op te splitsen of in delen te verkopen. Groenink steunt volgens TCI het bod van het bankentrio Fortis, Banco Santander en Royal Bank of Scotland (RBS) niet.

TCI noemt het bod van het trio "superieur" in vergelijking met dat van de Britse bank Barclays. "We geloven dat de verkoop van LaSalle een giftige pil is die is ontworpen om een hoger bod van het RBS-consortium te verijdelen", schrijft TCI-bestuursvoorzitter Christopher Hohn in de brief aan Martinez.

Daarnaast schrijft Hohn dat TCI de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) steunt in de rechtszaak die tegen ABN Amro is aangespannen wegens de verkoop van LaSalle. ABN Amro heeft vorige week zijn Amerikaanse dochter LaSalle voor 21 miljard dollar verkocht aan Bank of America. Deze bliksemsnelle transactie, die samen viel met het overnamebod van Barclays, deed veel wenkbrauwen fronsen. Volgens de VEB had de bank de desinvestering aan de aandeelhouders moeten voorleggen.

Opdeling

De zelfstandigheid van ABN Amro kwam in februari op het spel te staan nadat TCI zijn onvrede had geuit over de slechte prestaties van ABN Amro op de beurs. TCI drong in een brief aan op een opdeling van de bank. De afzonderlijke onderdelen zouden meer waard zijn dan het concern als geheel.

Groenink heeft duidelijk zijn voorkeur laten blijken voor een overname door Barclays boven het RBS-consortium, dat de grootste Nederlandse bank wil opsplitsen. ABN Amro gaf dinsdagavond geen commentaar op de brief van TCI.