AMSTERDAM - Nederland kent net als Polen veel laag betaalde arbeid. Terwijl in naburige landen de verhoudingen tussen goed en slecht betaalde werknemers gunstiger zijn.

Poolse werknemers gaan dan ook liever aan het werk in Duitsland en Engeland, omdat ze daar een grotere kans hebben op meer salaris dan in ons land.

Dat concludeert adjunct-directeur Dirk Dragstra van de stichting Loonwijzer, een samenwerkingsverband van onder meer de Universiteit van Amsterdam en de vakcentrale FNV, woensdag op basis van een vergelijkend onderzoek. Hij spreekt van "Poolse toestanden in Nederland".

Norm

In Polen is 27 procent van het werk laag betaalde arbeid. Als norm geldt dat het salaris niet meer bedraagt dan tweederde van het middelloon in een land. In Nederland is het aandeel lager betaalden 23 procent. In België gaat om 18 procent, in Groot-Brittannië om 16 procent en in Duitsland 12 procent.

In alle landen blijken vrouwen twee keer zo vaak laag betaald werk te doen ten opzichte van mannen. Maar Nederland spant de kroon op dit vlak. Van de werkenden vrouwen in ons land ontvangt 31 procent een laag loon, terwijl van de mannen om 16 procent gaat.

Opvallend is ook dat de verschillen toenemen naarmate het om langere en voltijds werkweken gaat.