AMSTERDAM - Ruim 340 duizend werknemers, 5,5 procent van de werkzame beroepsbevolking, hebben vorig jaar meegedaan aan de levensloopregeling. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek maandag.

De deelnemers zijn vaak hoogopgeleid. De helft legt in om eerder te kunnen stoppen met werken.

Met de levensloopregeling kan een deel van het brutosalaris gespaard worden om in de toekomst een periode van onbetaald verlof te financieren. De overheid hoopt hiermee beter te voorzien in de behoefte van werknemers om werk en privéleven te combineren. De levensloopregeling ging vorig jaar van start.

Verlof

Verlof om een zieke te verzorgen en verlof voor studie of vrijwilligerswerk blijken niet of nauwelijks een reden. Bijna drie op de tien werknemers geven aan nog niet te weten waarvoor ze sparen. Zes procent wil het gespaarde geld gebruiken voor ouderschapsverlof, vijf procent wil er een jaartje tussenuit.

Onder hoogopgeleiden is de deelname aan de levensloopregeling acht procent, bij laagopgeleiden minder dan vier procent. Oudere werknemers doen vaker mee dan jongere en mannen iets vaker dan vrouwen. Fulltimers en werknemers met een vast dienstverband doen ook vaker dan gemiddeld mee.

Spaarloon

Aan de oudere spaarloonregeling deed 43 procent van de werknemers mee. Van de deelnemers aan de levensloopregeling gaf bijna twee derde aan eerder meegedaan te hebben aan de spaarloonregeling. Werknemers kunnen niet aan beide regelingen tegelijk deelnemen. Wel kan elk jaar opnieuw worden gekozen tussen de levensloop- en de spaarloonregeling.