BERLIJN - Het verzoek van EU-land Cyprus om 1 januari de euro te mogen invoeren, stuit op groeiende politieke problemen. Reden is de verdeeldheid in een noord- en een zuidelijk deel.

Het noordelijk deel is bezet door het Turkse leger en beschouwt zich als een zelfstandige republiek.

Minister Peer Steinbrück (Financiën) van huidig EU-voorzitter Duitsland zei zaterdag dat de staats- en regeringsleiders van de 27 EU-landen in juni moeten spreken over de "politieke gevolgen" van de euro-invoering in Cyprus.

Cyprus, met 750.000 inwoners, heeft nu de Cyprische pond als betaalmiddel. Of het land aan de economische criteria voor euro-invoering voldoet, moet op 16 mei blijken uit rapporten van de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank (ECB).

Malta

De instellingen rapporteren 16 mei ook over de geplande euro-invoering in Malta. Het mini-staatje ten zuiden van Italië wil de Maltezer lire inruilen voor de euro. Het land heeft 400.000 inwoners en 1 miljoen toeristen per jaar.

De euro is momenteel betaalmiddel in dertien van de 27 EU-landen. De aanvraag van Litouwen was vorig jaar afgewezen, omdat de inflatie iets te hoog was. Inmiddels is de inflatie er verder gestegen. "Aanvragen van de Baltische staten verwachten we voorlopig niet", zei toenmalig minister Gerrit Zalm in januari over de republieken Estland, Letland en Litouwen.