DEN HAAG - Staatssecretaris Jet Bussemaker (Volksgezondheid) laat uitzoeken hoeveel mensen niet de thuiszorg krijgen die ze nodig hebben. Sinds de invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) begin dit jaar krijgen veel mensen minder huishoudelijke verzorging. Bussemaker heeft signalen dat er cliënten zijn die er te fors op achteruit zijn gegaan.

Ze zei dat woensdag in een overleg met de Tweede Kamer over de eerste maanden van de nieuwe wet. Deze regelt dat gemeenten voortaan verantwoordelijk zijn voor huishoudelijke hulp. Klanten van de thuiszorg moeten het vaker doen met een huishoudelijke hulp die alleen lichtere klusjes kan doen als boodschappen halen en schoonmaken. De zwaardere vorm van verzorging, voor mensen die moeite hebben om zelf nog de huishouding te bestieren, is sterk teruggelopen.

"Het lijkt een reëel probleem dat er mensen zijn die niet de goede thuiszorg krijgen", stelde Bussemaker na afloop van het overleg met de Kamer, waarin ook grote zorgen leefden over de grote verschuiving van de zwaardere naar de lichtere vorm van huishoudelijke hulp. Kregen ouderen en gehandicapten in het oude systeem soms wat te veel, nu zijn er die tekort worden gedaan. In de volgende voortgangsrapportage hoopt de staatssecretaris met hardere cijfers hierover te komen.

Onder de WMO moeten de gemeenten de huishoudelijke hulp aanbesteden. Vakbonden maken zich zorgen over ontslagen die dreigen te vallen bij instellingen die buiten de boot vallen. Bovendien blijven instellingen zitten met duurdere krachten nu er vooral goedkopere huishoudelijke hulp nodig is. Dit personeel zou gedwongen worden slechtere arbeidsvoorwaarden te accepteren.