DEN HAAG - Minister Bert Koenders (Ontwikkelingssamenwerking) wil paal en perk stellen aan exportsubsidies voor het Nederlands bedrijfsleven in ontwikkelingslanden. Nederland besteedt nu 120 miljoen euro per jaar aan dergelijke subsidies.

De PvdA-bewindsman wil dat dit geld alleen nog maar wordt gebruikt voor projecten die echt bijdragen aan armoedebestrijding en het van de grond helpen van het bedrijfsleven in ontwikkelingslanden zelf.

Dat zei Koenders zaterdag in Den Haag tijdens een bijeenkomst over Afrika van het wetenschappelijk instituut van de PvdA, de Evert Vermeer Stichting. De minister ziet daarbij wel een rol voor het Midden- en Kleinbedrijf (MKB), dat kennis en kunde in huis heeft.

Vakbonden

Hij en staatssecretaris Frank Heemskerk (Economische Zaken) zijn hierover nog in overleg met vakbonden, bedrijfsleven en andere organisaties. Heemskerk voegde er aan toe dat bedrijven die gebruik maken van buitenlandsubsidies ook de OESO-richtlijnen ondertekenen over milieu, arbeidsvoorwaarden, kinderarbeid en concurrentie moeten ondertekenen.

Koenders zei dat ook Nederland meer werk moet maken van corruptiebestrijding. Hij vindt dat justitie meer capaciteit moet krijgen om te controleren of Nederlandse bedrijven zich schuldig maken aan bijvoorbeeld het omkopen van ambtenaren in ontwikkelingslanden.

Rechter

Nederland heeft de afspraken van de OESO hierover ondertekend, maar tot nu toe is nog geen enkel bedrijf door de rechter op de vingers getikt. In landen als de Verenigde Staten of het Verenigd Koninkrijk is dat wel gebeurd. "Ik kan me niet voorstellen dat Nederlanders beter of slechter zijn dan andere landen."

Hij kondigde verder aan voortaan bedrijven die met hem meegaan op handelsmissie te voorzien van informatie van organisaties als Amnesty International en Greenpeace over het te bezoeken land. Het kan wat hem betreft niet zo zijn dat bedrijven niet weten wat er aan de hand is in het land waar ze overwegen te investeren.