DEN HAAG - Mensen in de bijstand hebben voorlopig recht op maximaal dertien weken vakantie. Dat blijkt uit een brief die staatssecretaris Ahmed Aboutaleb van Sociale Zaken donderdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De bewindsman schrijft daarin dat een wetsvoorstel dat het aantal vakantieweken moet beperken tot ten hoogste vier weken, is vertraagd.

Een woordvoerder van Aboutaleb zei in een reactie dat onduidelijk is hoe lang de vertraging duurt. Volgens de zegsman wordt geprobeerd de vertraging zo kort mogelijk te laten zijn, maar is de bewindsman sterk afhankelijk van de snelheid waarmee de Tweede Kamer werkt.

Leeftijd

Eind vorig jaar oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat in de Wet werk en bijstand ten onrechte een onderscheid op grond van leeftijd wordt gemaakt. Volgens het hoogste rechtscollege in de sociale zekerheid kan het niet zo zijn dat iemand van 57,5 jaar en ouder dertien weken in het buitenland mag vertoeven zonder dat het gevolgen heeft voor de uitkering, terwijl een jonger persoon maar recht heeft op maximaal vier weken.

Daardoor kreeg jong en oud het recht op ten hoogste dertien weken verblijf in het buitenland en besloot het kabinet de wet zo snel mogelijk aan te passen. Maar volgens PvdA-Kamerlid Hans Spekman werd "te rabiaat" gesteld dat iedereen in de bijstand maximaal vier weken de grenzen over mag, omdat ze beschikbaar moeten blijven voor de arbeidsmarkt.

Uitzonderingen

Volgens Spekman hebben gemeenten behoefte aan meer ruimte om onder bepaalde voorwaarden uitzonderingen te maken. Hij wijst erop dat gemeenten nu immers ook kunnen besluiten mensen te ontheffen van de sollicitatieplicht. Het maken van een nieuw wetsvoorstel hoeft volgens de PvdA'er overigens niet lang te duren. "Dit kan ruim voor de zomervakantie klaar zijn."