AMSTERDAM - Hoewel er in de euro geen goud wordt verwerkt, stijgt de eurokoers hand in hand met de prijs van een ounce goud. Zowel de euro als het goud fungeert als toevluchtsoord voor de huidige onzekere tijden in het Midden-Oosten.

Een duurdere euro leidt gewoonlijk tot nerveuze ondernemers die vrezen voor hun concurrentiepositie, maar de afgelopen weken bleef het opvallend rustig. Reden tot zorg is er volgens analisten ook niet. "Als het Iraakse conflict kort duurt, zal de euro ook weer dalen", aldus Jantine Noordenbos van de stafgroep economisch onderzoek van de Rabobank.

De opmars van de euro is evenwel opvallend. Donderdag werd er op de valutamarkten 1,0760 dollar voor de munteenheid betaald, het hoogste niveau sinds oktober 1999. Sinds zijn fysieke introductie begin 2002 is de euro meer dan 20 procent in koers gestegen.

De gevolgen voor de Nederlandse economie zullen echter relatief beperkt zijn, verwacht Noordenbos. Weliswaar verwacht zij een rem op de exportgroei, maar daar staat door goedkopere importen een hogere binnenlandse vraag tegenover. Bovendien voert Nederland circa 60 procent uit naar europartners, waarop de eurokoers geen invloed heeft.

Als de euro flink verder in waarde stijgt, zal dit volgens de Rabobank wel consequenties hebben. Zeker voor bedrijven als Ahold die door de zwakkere dollar hun opbrengsten in de VS zien slinken. Noordenbos ziet geen redenen om de ramingen voor de Nederlandse economische groei voor dit jaar aan te passen. Zij is optimistisch, zeker gezien de tekenen van herstel die nu al zichtbaar zijn in de aardolie-industrie, de chemiesector en rubberindustrie. "Dit zijn toch de bedrijven die traditioneel voorop lopen in de conjunctuurcyclus."

De meeste analisten verwachten dat de opmars van de euro voorbij zal zijn zodra de situatie in het Midden-Oosten stabieler wordt. Analist Steven Pearson van de Britse bank HBOS denkt alweer aan een een-op-een-verhouding met de dollar in juni, als de Amerikanen Irak onder controle hebben, de Amerikaanse economie zich daardoor sterk herstelt en het kapitaal weer uit Europa naar de Verenigde Staten terugvloeit.

De zorgen die er kunnen ontstaan over de hoge eurokoers zijn voor een deel psychologisch, aldus Noordenbos. "We hebben de afgelopen jaren leren leven met een gemiddelde eurokoers van 90 dollarcent, maar we moeten niet vergeten dat de euro in 1999 begon op 1,16675 dollar en dat toen nagenoeg niemand zich druk maakte over een te dure munteenheid." Op de lange termijn moeten we volgens haar rekening houden met een duurdere euro, vooral door de onhoudbaarheid van het Amerikaanse tekort op de lopende rekening.