ROTTERDAM - De slepers van het havenbedrijf Smit Harbour Towage hebben zaterdagmorgen om 7.00 uur hun werk hervat. De rechtbank in Rotterdam bepaalde in de nacht van vrijdag op zaterdag in een kort geding dat dat moest.

Bekijk video

De rechtbank vond de gevolgen van voortzetting van de acties, gelet op de effecten voor derden, voldoende argument om in te grijpen.

De rechtszaak was aangespannen door de Rotterdamse raffinagesector. Die zou op zeer korte termijn moeten beslissen over het afbouwen of stopzetten van drie raffinaderijen als gevolg van verstoring van de aanvoer van ruwe olie. De slepers staakten vrijdag voor de vierde opeenvolgende dag.

In het vonnis zijn de bonden veroordeeld tot hervatting van de sleepdiensten vanaf zaterdag 7.00 uur, voor tenminste 75 procent gedurende vier dagen. Verder moeten de slepers na elke vijf stakingsdagen het werk voor vier dagen hervatten op een niveau van tenminste 75 procent.

De havenslepers willen delen in de winst die hun bedrijf in het afgelopen jaar heeft behaald. Ook eisen ze een 'eerlijk' cao-akkoord.

Grote belangen

Hans Smits, president-directeur van het Havenbedrijf Rotterdam liet weten in zijn nopjes te zijn met de uitspraak in het kort geding. "Ik ben blij dat dit vonnis de grote belangen van het gehele haven- en industriecomplex duidelijk erkent", aldus Smits. "Belangrijk is natuurlijk dat we weer zo goed als volledig aan het werk kunnen."

Het bedrijf Smit was ook gedagvaard in het kort geding, als een van de twee partijen in het conflict. "De vordering werd afgewezen omdat niet is gebleken dat Smit onzorgvuldig heeft gehandeld in het conflict met de bonden inzake de cao-onderhandelingen", aldus een verklaring van het bedrijf. De motivering van de rechtbank was zaterdagochtend nog niet beschikbaar.