ROTTERDAM - Minister Piet Hein Donner van Sociale Zaken moet bekijken of een groep van circa 30.000 (deels) arbeidsongeschikten nu ten onrechte geen of een te lage uitkering heeft. Dat stelden Tweede Kamerlid Ton Heerts van de PvdA en zijn SP-collega Paul Ulenbelt woensdag na een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep.

Heerts heeft Donner inmiddels om opheldering gevraagd. Het hoogste rechtscollege op het gebied van de sociale zekerheid oordeelde vorige week dat uitkeringsinstituut UWV bij het (her)keuren van arbeidsongeschikten niet mag uitgaan van een standaard werkweek van maximaal 38 uur, zoals sinds 2004 praktijk is. Deze uitspraak kan betekenen dat mensen met gemiddeld een langere werkweek sneller recht hebben op een (hogere) uitkering.

Aan de hand van het verschil tussen wat een werknemer 'normaal' aan inkomsten had en wat hij met zijn aandoening nog kan verdienen, wordt de arbeidsongeschiktheid bepaald. Maar in 2004 is door de invoering van het zogeheten Schattingsbesluit bepaald dat een werkweek van maximaal 38 uur als maatstaf geldt bij het vaststellen van een uitkering.

Rechtsgeldig

Die aanpassing is volgens de Raad niet rechtsgeldig, omdat de WAO (en de WIA) volgens de wet een verzekering is tegen inkomstenverlies door ziekte. Daarom staat volgens de rechter de feitelijke inkomensschade voorop en daarbij tellen alle gewerkte uren mee.

Volgens Ulenbelt moeten nu met terugwerkende kracht alle gedupeerden schadeloos gesteld worden. "Het zou toch sneu zijn als nu al die 30.000 mensen afzonderlijk naar de rechter moeten stappen", stelde hij. Heerts wil daarover nog niet praten en vindt dat eerst de reactie van Donner afgewacht moet worden.