Achtergrond

Als starter een huurwoning vinden, blijkt een hele uitdaging

Als er een plek is waar je je als nieuwkomer op dit moment niet bepaald welkom voelt, dan is het op de woningmarkt. Zeker in de grotere steden is het als starter moeilijk om een woning te vinden. Een oplossing hiervoor lijkt er tegelijkertijd niet echt te zijn.

Huurplatform Pararius signaleerde dit jaar al voor de tweede keer op rij recordhuren en flinke prijsstijgingen in de vrije sector in Nederland.

Vooral in middelgrote steden buiten de Randstad is hier de afgelopen maanden sprake van. Huurverhogingen liepen daar op tot zo'n 20 procent. In Amsterdam betaal je gemiddeld een bedrag van ruim 1.000 euro per maand voor een woning van 45 vierkante meter.

Bijkomend nadeel van huren in de vrije sector is dat je geen huurtoeslag meer ontvangt als je boven de sociale huurgrens van 710,68 euro uitkomt. Het maakt de drempel van de sociale naar vrije sector hoger.

Bij woningcorporaties zit je alleen al snel boven de inkomensnorm. Wie al sociaal huurt, blijft dus angstvallig zitten, ook al stijgt het inkomen; het zogenoemde scheefwonen.

Klem

Rob van Laere (36 jaar) is zo iemand die tussen het wal en het schip valt op de huurmarkt. Hij woont in Sassenheim, vlak bij Leiden. "Ik zit nu in een vrijesectorwoning van 36 vierkante meter, waar ik zes jaar geleden als vrijgezel begonnen ben."

Hij legt zo'n 750 euro per maand neer. Op zich geen gek bedrag, voor een ruimte die als alleenstaande best te doen is. Inmiddels heeft Van Laere er alleen wel twee huisgenoten bij gekregen: zijn vriendin en kort geleden hun eerste kind.

"Die kleine is nu vijf maanden, maar over een tijdje gaat hij lopen, en dan hebben we aan deze woning lang niet genoeg."

Maar in zijn zoektocht naar een ruimere woning loopt de jonge vader vast. Hij verdient voor sociale huur net te veel, en is dus aangewezen op de vrije sector. "Bijna overal moet je vier keer de netto huur verdienen, dus zo'n 4.000 euro. En tsja, dat heb ik niet. En als ik het wel zou verdienen, dan zou ik toch wel kopen?"

Simone Ketelaars van de Woonbond, een organisatie die opkomt voor de belangen van huurders, herkent de moeilijke positie van de middengroep. "Wij krijgen daar inderdaad veel klachten over binnen, al jaren."

"Een woningzoekende die te veel verdient voor sociale huur bij een woningcorporatie, en te weinig voor geliberaliseerde huur, kan momenteel helaas weinig doen, die zit volledig klem."

Trucjes

Via de Huurcommissie een hoge huurprijs aanvechten, wordt weleens genoemd als handig trucje om betaalbaar te wonen. De commissie beoordeelt dan onafhankelijk of een verhuurder te veel geld vraagt, wat vooral in grote steden veel voorkomt.

Voorwaarde is wel dat je eerst voldoende geld moet verdienen om het hoge bedrag maandelijks te betalen. Een voorbehoud is bovendien dat de goede relatie met de verhuurder na het inschakelen van de commissie op het spel staat.

Het accepteren en vervolgens aanvechten van een te hoge huur zou sectoreconoom woningmarkt Philip Bokeloh van ABN AMRO in elk geval niet adviseren. "Daar gaat veel tijd en geld in zitten, en ook dan is het nog geen gelopen race. De kans dat het niet lukt, is net zo reëel."

Kun je zelf eigenlijk iets doen om wél meer kans op een geschikte woning te maken? "Ik betwijfel of huurders zelf mogelijkheden laten liggen. Er is simpelweg een tekort opgebouwd in het middensegment", aldus Bokeloh. "Wat mensen zelf kunnen doen, zit meer in de sfeer van concessies doen dan in kansen benutten."

Inleveren

Langer bij ouders wonen, met huisgenoten, in een minder populair gebied of in een kleinere woning; de wensenlijst te lijf gaan is voor veel woningzoekenden inderdaad de enige optie.

Volgens recent onderzoek van Pararius dwingt de oververhitte woningmarkt woningzoekenden inderdaad tot dergelijke concessies. Locatie heeft bij velen prioriteit, waarvoor 90 procent inlevert op grootte of uiterlijk van de woning.

Ook Van Laere heeft nagedacht over het inleveren op woonwensen. "We hebben serieus overwogen om naar een andere plek te verhuizen. Maar om echt ver van familie te gaan wonen, gaf me toch het verkeerde gevoel."

Zijn concessie is dan ook het wonen op een beperkte oppervlakte. "Voor nu is het voor ons simpelweg zitten waar je zit, en verroer je niet."

Oplossingen

De Woonbond wijt de impasse van veel huurders aan overheidsbeleid. "Wij zijn het van begin af aan niet eens met de inkomensgrens die voor corporatiewoningen geldt. We pleiten voor een veel bredere socialehuursector, waarin ook middeninkomens terechtkunnen."

Ook zou volgens de bond iets gedaan moeten worden aan de huurprijsgrens van de vrije sector en de wildgroei van huurbedragen. "Wij willen een verhoging van de liberalisatiegrens en vinden dat ook in de geliberaliseerde sector huurprijsbescherming nodig is."

Mogelijke oplossingen om de positie van starters te verbeteren, menen ze in Utrecht gevonden te hebben. Daar startte CNV Jongeren in samenwerking met de Woonbond het Woonlab Utrecht. Meer toewijzingen op basis van loting en het 'loslaten' van seniorenwoningen worden door het lab genoemd, net als een groter aanbod van vrijesectorwoningen door woningcorporaties.

"En er moeten in ieder geval de komende tijd meer woningen worden gebouwd", aldus vakbondsvoorzitter Semih Eski. Ook econoom Bokeloh is daarvan overtuigd.

Snel gaat dat helaas niet. "Uit een pas verschenen onderzoek bleek nog dat tussen bouwplannen en oplevering zo'n tien jaar zit. Dat moet toch sneller kunnen, want de vraag naar dit soort woningen is groot. Het is te hopen dat het tekort komende jaren ingelopen wordt."

Lees meer over:
Tip de redactie