Het klimaatakkoord moest ervoor zorgen dat de verduurzaming in Nederland echt tot ontwikkeling komt. Tegen 2030 moet de CO2-uitstoot met 49 procent zijn gedaald vergeleken met 1990. In 2050 moet de uitstoot verder dalen met 95 procent, een van de meest ambitieuze doelen ter wereld.

Om dit te bereiken, zijn vanuit de Sociaal Economische Raad (SER) vijf zogeheten tafels bedacht waarin bedrijven en andere organisaties overleg voeren over de benodigde maatregelen. Een overzicht van de voorgestelde maatregelen. 

  • Elektriciteit

Deze sector profiteert al van het voornemen om alle kolencentrales te sluiten. Hiervoor in de plaats moet de ontwikkeling van windmolens en zonnepanelen een flinke duw in de rug krijgen.

De partijen hebben afgesproken om tegen 2030 70 tot 80 procent van alle verbruikte energie uit duurzame bronnen te halen. 70 procent is omgerekend 84 terawattuur groene stroom die de sector tegen 2030 jaarlijks moet produceren.

Hiervoor moeten er dus veel meer windmolens en zonnepanelen worden geplaatst. Dit kan relatief makkelijk uitgevoerd worden, omdat er al vergevorderde plannen zijn voor bijvoorbeeld windenergie op zee en de ontwikkeling van zonne-energie. Wind op zee moet het grootste deel van 49 terawattuur verzorgen. Wind op land en zonne-energie moeten 35 terawattuur

Volgens de NVDE, de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie, betekenen deze plannen zevenhonderd nieuwe windmolens op zee, vijfhonderd nieuwe windmolens op land en 75 miljoen nieuwe zonnepanelen.

  • Gebouwde Omgeving

Voor 2021 worden 100.000 woningen van woningcorporaties verduurzaamd door de woningen bijvoorbeeld van het gas af te halen en op warmtenetten aan te sluiten of door collectieve en individuele warmtepompen te installeren. Vanaf 2021 willen de partijen elk jaar 50.000 woningen verduurzamen en ''ruim vóór 2030'' moet dat tempo stijgen naar 200.000 woningen per jaar.

Het akkoord benadrukt dat het per huis verschilt wat de beste aanpak is. Oudere huizen in een dichtbebouwde omgeving hebben meer baat bij aansluiten op een warmtenet, nieuwe huizen kunnen beter helemaal elektrisch worden gemaakt. Dat gaat allemaal op wijkniveau worden beslist.

Door de energiebelasting op gas te verhogen moet verder het gasverbruik minder aantrekkelijk worden. Tegelijk wordt de energiebelasting op elektriciteit verlaagd. Een gebouwgebonden lening moet particulieren helpen om de energiebesparende maatregelen te kunnen betalen.

  • Industrie

De industrie is een van de moeilijke dossiers in het klimaatakkoord. De bedrijven stellen voor CO2 onder de grond op te slaan, maar milieuorganisaties hebben hier bezwaar tegen. De partijen gaan nu samen de risico's van CO2-opslag onderzoeken.

Verder is er nog maar weinig concreet over de financiering van de plannen. Er zou tot 2030 maar liefst 15 tot 20 miljard euro extra nodig zijn om de CO2-uitstoot te verlagen. De ondernemingen vrezen voor hun concurrentiepositie als zij daarvoor opdraaien, maar andere partijen willen niet dat de maatschappij de kosten moet dragen. 

  • Landbouw en landgebruik

In de sector landbouw en landgebruik moet een emissiereductie van 3,5 megaton gerealiseerd zijn in 2030. Naar schatting zullen bedrijven en overheden hiervoor een investering van 2 tot 4 miljard euro moeten doen. Er worden vijf pijlers onderscheiden: landbouw, landgebruik, energie, voedsel en innovatie.

De uitstoot zal onder meer teruggebracht worden door de hoeveelheid methaan in de varkens- en melkveehouderij te verminderen,  slimmer landgebruik en duurzamere kassen. De glastuinbouw moet een forse slag kunnen maken door over te gaan op groene stroom en geothermie. 

  • Mobiliteit

Ook in dit dossier missen de concrete afspraken nog. Elektrisch rijden, het openbaar vervoer en fietsen moeten gestimuleerd worden, maar hoe en wie dat gaat betalen, is niet duidelijk. Het plan om alle OV-bussen in 2030 emissievrij te maken, wordt overgenomen in het voorstel. 

Biobrandstof moet worden ingezet als duurzame 'overgangsbrandstof' in de binnenvaart en het zware wegverkeer. Milieuorganisaties vinden dat biobrandstoffen weinig bijdragen aan het klimaat. Mogelijkheden genoeg, maar waarschijnlijk komen de concrete maatregelen pas in het najaar.