De Brexit-onderhandelingen zijn in volle gang. De onderhandelaar namens de EU, Michel Barnier, houdt rekening met vijf mogelijke scenario's voor de toekomstige relatie met het Verenigd Koninkrijk. Deze scenario's zijn gebaseerd op de deals die de EU al met andere landen heeft, zoals met Canada en Zwitserland.

De Britse premier Theresa May heeft voordat de onderhandelingen waren begonnen al een aantal standpunten ingenomen. Ze wil meer controle over migratie, minder geld afstaan aan de Europese Unie, meer zeggenschap over de Britse wetgeving en niet meer onder de jurisdictie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ) vallen.

Er wordt vaak gesproken over een 'harde Brexit' en een 'zachte Brexit', maar zo zwart-wit is het niet; het is meer een schaal. Dit zijn de vijf geraamtes waar Barnier bij de onderhandelingen op terugvalt: van de minste economische impact tot de hardste klap.

1. Lid blijven van de Europese Economische Ruimte (EER)

Volgens een onderzoek van het Britse parlement naar de impact van de scenario's, is binnen de EER blijven het minst schadelijk voor de Britse economie. Dit zou betekenen dat het Verenigd Koninkrijk na het vertrek deel blijft uitmaken van de interne markt. Er is dan nog steeds vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal mogelijk.

De kans dat het VK in de EER blijft, is klein. De Britten willen niet onder de jurisdictie van het HvJ vallen. Daardoor moet het merendeel van de Europese wetgeving worden overgenomen door het VK en blijven de Britten bijdragen aan de EU-begroting. Ook krijgt de Britse overheid vanwege het vrij verkeer van personen niet de volledige macht over de migratiestromen.

Noorwegen, IJsland en Liechtenstein zijn niet lid van de EU, maar maken wel deel uit van de EER. Critici noemen dit model ook wel 'pay with no say', aangezien een land nog wel aan de Europese begroting meebetaalt, maar geen invloed meer op de besluitvorming heeft.

2. Het Zwitserland-model

Zwitserland maakt geen deel uit van de EU of van de EER. Het land heeft een vrijhandelsverdrag en meer dan 120 bilaterale overeenkomsten met de Europese Unie. Hierdoor heeft Zwitserland voor het grootste deel toegang tot de Europese markt. Ook hoeft Zwitserland minder mee te betalen aan de Europese begroting en hoeft het land alleen wetgeving over productiestandaarden over te nemen.

In dit model zitten ook problemen voor de Britse overheid. Er is namelijk wel vrij verkeer van personen, waar de Britse premier Theresa May juist vanaf wil. De Britse overheid wil niet meer bijdragen aan de Europese begroting, waardoor zelfs een kleinere afdracht waarschijnlijk al een probleem zal vormen.

3. Turkije-model

In 1995 kwam een douane-unie tot stand tussen de EU en Turkije. Dit betekent dat er op onderlinge handel geen tarieven meer geheven worden. Turkije is in een douane-unie ook onderhevig aan dezelfde externe tarieven als de EU. Turkse producten hebben ook minimale voorwaarden met betrekking tot productiestandaarden, consumentenrechten en andere soortgelijke regelgeving.

Het Turkije-model levert weinig problemen op voor de Britten. Het enige probleem is dat de Britten minder vrij zijn in het kiezen van hun handelspartners. Dit komt door het gebruik van dezelfde externe tarieven als de EU.

4. Externe vrijhandelsovereenkomst

In december verklaarde EU-onderhandelaar Barnier dat een vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en het VK de meest logische stap is, gezien de standpunten van de Britse premier.

Bij zo'n overeenkomst hebben de Britten geen toegang meer tot de interne markt, vervalt de douane-unie en heeft de EU geen invloed meer op de Britse wetgeving. De Britten hoeven dan ook geen bijdrage meer te leveren aan de EU-begroting.

De gevolgen voor de grens tussen Ierland en Noord-Ierland zijn problematisch. Wanneer er geen douane-unie meer is met de EU, zal een 'harde' grens terugkeren. Dit gaat tegen het Goedevrijdagakkoord in, waarmee een einde aan het Noord-Ierse conflict is gekomen.

5. No Deal

Dit is het doemscenario voor zowel het VK als de EU. In dit geval wordt geen deal gesloten over de toekomstige relatie, waardoor de handel terugvalt op de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WHO). Dit houdt in dat er geen vrijheid van goederen of diensten meer geldt. Ook vervalt de bijdrage aan de EU-begroting en hoeft het VK geen Europese wetgeving meer te accepteren.

Economisch gezien is dit voor niemand prettig. Het wordt duurder voor de Britten en de overblijvende EU-landen om met elkaar te handelen. Daarbij zal er, mits er geen andere overeenkomst wordt gesloten, een harde grens komen tussen Ierland en Noord-Ierland. Tevens zullen er deals moeten worden gesloten om de rechten van EU-burgers in het VK en andersom te beschermen.