Dit moet je weten over vrijhandelsverdrag CETA

CETA is het vrijhandelsakkoord tussen de Europese Unie en Canada. In september 2017 treden een aantal onderdelen hiervan in werking. Wat staat er in dit verdrag en welke gevolgen kan CETA hebben? NU.nl zet de belangrijkste feiten op een rij.

CETA staat voor Comprehensive Economic and Trade Agreement (letterlijk: breed economisch- en handelsakkoord). Het verdrag wordt vaak gezien als het "kleine, vriendelijkere broertje" van TTIP, het omstreden vrijhandelsakkoord tussen de EU en de Verenigde Staten.

Het handelsverdrag met Canada wordt bovendien beschouwd als blauwdruk voor TTIP. De onderhandelingen over dat laatste verdrag stuiten op kritiek en verlopen mede daarom allesbehalve soepel.

CETA moet vrije handel tussen Europa en Canada makkelijker maken.

CETA is een lijvig verdrag; het omvat maar liefst 1.598 pagina's, die voor de ratificatie worden vertaald in alle in de Europese Unie gesproken talen. Ter vergelijking: het associatieverdrag tussen de EU en Oekraïne bestaat uit 323 pagina's.

Doel van CETA is om de handel tussen de Europese Unie en Canada makkelijker te maken. In CETA worden daarom de meeste bestaande handelsbarrières opgeheven. 

Zo staat in het akkoord onder meer dat voor handel tussen de Europese Unie en Canada geen douanerechten meer hoeven te worden betaald, behalve voor sommige landbouwproducten. Ook krijgt de EU met het verdrag bijvoorbeeld toegang tot de Canadese markt voor overheidsopdrachten. Het akkoord bevat daarnaast maatregelen om investeringen te stimuleren.

Net als TTIP, is CETA een handelsverdrag "nieuwe stijl": het gaat over meer dan directe handel alleen. Daarom staan in het verdrag ook afspraken over het tenietdoen van andere regels die als barrière worden gezien. Zo spreken de EU en Canada bijvoorbeeld af dat ze elkaars kwaliteitstesten als gelijkwaardig accepteren. Een extra test is dan niet meer nodig. Voorwaarde is wel dat de veiligheid van het product gegarandeerd blijft.

Uitleg: Wat is handelsverdrag CETA?

Het verdrag moet zorgen voor economische groei.

Volgens voorstanders van het handelsverdrag kan CETA voor groei van de economie en meer werkgelegenheid zorgen. De handel tussen de EU en Canada zou vanwege het verdrag met 25 miljard euro per jaar kunnen groeien. Ook zou CETA in Europa voor veertienduizend nieuwe banen kunnen zorgen. 

Volgens de Europese Commissie kan het handelsakkoord in totaal leiden tot een jaarlijkse toename van het Europese bruto binnenlands product (bbp) met 11,6 miljard euro. In 2015 bedroeg het bbp van de lidstaten van de EU samen 14.700 miljard euro.

Demissionair minister Lilianne Ploumen (Buitenlandse Handel) stelde eerder dat CETA Nederland jaarlijks tussen de 600 miljoen en 1,2 miljard euro kan opleveren. Nederland is na de VS de grootste investeerder in Canada. Volgens het demissionaire kabinet zorgt CETA er verder voor dat consumenten lagere prijzen betalen en uit meer producten kunnen kiezen.

CETA kent een lange geschiedenis.

Al in 1998 is het eerste verkennende rapport verschenen. Toch zijn de officiële onderhandelingen over CETA pas in mei 2009 begonnen. Op dat moment was al wel afgesproken om "in principe" een handelsakkoord te sluiten.

Details over het verdrag zijn lang geheim gebleven. Pas in oktober 2013 hebben de EU en Canada een aantal hoofdlijnen naar buiten gebracht. In september 2014 was het verdrag klaar.

De Europese Commissie, het dagelijkse bestuur van de EU, heeft in juli 2016 besloten dat CETA een "gemengd verdrag" wordt. Dat betekent dat het verdrag door het Europees Parlement en door iedere lidstaat afzonderlijk goedgekeurd moet worden.

In oktober 2016 stemde de Waalse regering juist tegen.

De Belgische premier Charles Michel heeft het vrijhandelsverdrag niet direct kunnen ondertekenen, omdat de federale Belgische regering daar geen toestemming van de Waalse regering voor had gekregen.

De Waalse regering had onder meer problemen met een in het verdrag opgenomen arbitragesysteem. De Walen vreesden dat dit systeem door Canadese multinationals misbruikt kan worden.

Na onderhandelingen is het gelukt om de Waalse regering over te halen toch met het verdrag in te stemmen. Op 30 oktober werd het verdrag ondertekend. 

In oktober 2016 heeft de Tweede Kamer vóór het ondertekenen van CETA gestemd. En in februari 2017 heeft een ruime meerderheid van het Europees Parlement met het verdrag ingestemd.

De nationale parlementen moeten vervolgens nog met het akkoord instemmen, voordat het verdrag volledig in werking kan treden.

Vanaf 21 september 2017 gelden al een aantal bepalingen uit het akkoord.

Het gaat met name om handelsbepalingen. Vanaf dat moment geldt 98 procent van de Canadese en EU-importtarieven niet meer.

Ook is het dan bijvoorbeeld makkelijker om als Europese dienstverlener of investeerder toegang te krijgen tot de Canadese markt. Verder kunnen Europese bedrijven gaan meedingen naar opdrachten van de Canadese overheid.

Tegenstanders vrezen negatieve gevolgen voor de agrarische sector, publieke diensten en het milieu.

Organisaties zoals Greenpeace, Milieudefensie, Foodwatch en vakbonden hebben actiegevoerd tegen CETA. Ze verwachten dat het vrijhandelsverdrag vooral goed is voor grote bedrijven en juist nadelige gevolgen heeft voor gewone burgers.

Milieubelangengroepen wijzen op de Europese afspraken over klimaat en dierenwelzijn en vragen zich af hoe die zich tot CETA verhouden. Biologische en kleinschalige Europese boeren krijgen volgens critici dan concurrentie van grote Canadese landbouwbedrijven, die aan lagere standaarden voor voedselveiligheid en dierenwelzijn hoeven te voldoen.

Boerenorganisaties vrezen bovendien dat het akkoord negatieve gevolgen heeft voor de Europese export van varkensvlees en rundvlees.

Meer dan 111.000 Nederlanders hebben in 2015 een petitie tegen CETA ondertekend. En in september 2016 zijn er in verschillende Duitse steden massale protesten tegen zowel TTIP als CETA georganiseerd. De actie van het Europese burgerinitiatief Stop TTIP & CETA heeft ruim 3,2 miljoen handtekeningen opgehaald.

Veel kritiek richt zich op een apart rechtsstelsel in CETA.

Critici stellen dat CETA in feite een soort "TTIP via de achterdeur" is. Dat komt doordat CETA, net als TTIP, aan grote bedrijven een alternatief rechtssysteem biedt waarmee ondernemingen overheden kunnen aanklagen.

Zo kunnen bedrijven buiten reguliere rechtbanken om schadevergoedingen eisen. Dit kan bijvoorbeeld als het milieubeleid van een regering de verwachte bedrijfswinst tenietdoet.

De Europese Commissie heeft onder publieke druk die speciale rechtsgang, in vakjargon ISDS (investor-state dispute settlement), hervormd en stelt dat de scherpe randjes er nu van af zijn.

In CETA is vervolgens de vernieuwde variant opgenomen: het zogenoemde Investment Court System (ICS). Volgens het definitieve verdrag bespreken vaste arbiters de zaak, zijn de zittingen openbaar en kan een land tegen de uitspraak in beroep gaan.

Critici zeggen dat daarmee weinig is veranderd, omdat ook in dat geval een multinational een land kan aanklagen als nieuwe wetgeving de verwachte winst in de weg staat. Europese rechters stellen zelfs dat de clausule een gevaar vormt voor de Europese rechtsstaat.

Via CETA kunnen niet alleen Canadese, maar ook Amerikaanse multinationals Europese landen aanklagen. Bijna 80 procent van de grote Amerikaanse bedrijven heeft een dochteronderneming in een Canadese stad.

België legt CETA voor aan het Europees Hof van Justitie.

Het land wil van de hoogste rechterlijke instelling van de EU weten of het verdrag in strijd is met Europese verdragen.

Daarbij wil België vooral een oordeel over het eerder genoemde systeem ICS. De vraag om advies vloeit voort uit het verzet van de voormalige Waalse premier Paul Magnette. Dit systeem treedt pas in werking als alle EU-lidstaten CETA hebben geratificeerd.

Lees meer over:
Tip de redactie