De Europese Centrale Bank (ECB) is bijna een jaar bezig met het pompen van grote hoeveelheden geld in de financiële markten. Maar of dit genoeg is om de doelstellingen te halen, is nog maar de vraag.

De doelstelling van de centrale bank is om de inflatie, de prijsstijging van wat consumenten kwijt zijn aan spullen en diensten, op ongeveer 2 procent per jaar te krijgen. Het idee hierachter is dat een stabiele prijsstijging van een paar procent voor financiële stabiliteit én economische groei zorgt.

Ondanks dat de ECB sinds maart vorig jaar zo’n 60 miljard euro per maand in de financiële markten stopt, lukt het de centrale bank nog niet om dit streven te halen.

Deze week meldde Eurostat een daling van het prijspeil van 0,2 procent voor februari dit jaar. Gemiddeld werden goederen en diensten dus juist goedkoper in plaats van duurder, zoals de ECB wil.

Lagere olieprijzen

Dit is voor een groot deel te wijten aan de lagere olieprijzen. Als die prijzen buiten beschouwing worden gelaten (dit heet kerninflatie), steeg het prijspeil met 0,7 procent. Dit is dus nog steeds te laag.

Verder is er in een jaar ook maar weinig veranderd. In februari 2015 daalde het prijspeil met 0,4 procent. De kerninflatie stond toen ook op 0,7 procent.

Voor beide maatstaven geldt dat de trend negatief is. De kans dat de ECB daarom meer actie moet ondernemen is groter geworden. Donderdag 10 maart is de volgende vergadering.  

Opgeklopte verwachtingen

Eerder klopte ECB-president Mario Draghi al de verwachtingen op. In oktober vertelde hij dat de ECB de opties openhoudt om meer actie te ondernemen.

Uiteindelijk verlaagde de ECB in december alleen de depositorente, de rente die banken moeten betalen om geld door de centrale bank te laten bewaren. Die staat sindsdien op -0,3 procent, wat betekent dat banken zelfs geld moeten betalen om geld te stallen bij de ECB.

Ook maakte de centrale bank bekend het opkoopprogramma te verlengen, maar eerder zei Draghi al dat de geldverruiming doorgaat zolang dat nodig is. Financiële markten waren niet onder de indruk en de beurzen daalden zelfs.

Volgens ABN AMRO-econoom Nick Kounis heeft het beleid van de ECB tot nu toe wel een positief effect gehad. Kounis erkent dat de de inflatie weliswaar op hetzelfde niveau staat als een jaar geleden, maar hij stelt dat de situatie waarschijnlijk erger was als de ECB niet had ingegrepen.

Kounis verwacht dat de ECB bij de volgende vergadering op 10 maart de depositorente met nog eens 0,1 procent zal verlagen, waarmee banken 0,4 procent gaan toeleggen op het geld dat ze dan stallen bij de centrale bank.

Verder gaat hij ervan uit dat het opkoopprogramma wordt vergroot en dat de looptijd van het programma wordt verlengd. Ook is de verwachting van ABN dat in juni de depositorente opnieuw wordt verlaagd. "Waarschijnlijk willen ze eerst kijken wat het effect is."

Meer investeringen

"Monetair beleid is altijd een klein onderdeel geweest. Er is ook fiscale stimulering nodig en er moeten structurele hervormingen worden doorgevoerd", aldus Kounis. De analist doelt hiermee op het beleid van overheden. Veel overheden bezuinigen op de uitgaven.

Volgens Kounis is dit vreemd, zeker gezien de extreem lage rente waartegen sommige overheden geld kunnen lenen. Zo leggen investeerders bij sommige leningen geld toe om geld te lenen aan de Duitse overheid, maar leent Berlijn niet extra voor investeringen.   

Kounis verwacht dan ook dat de ECB bij de komende vergadering meer beleid zal aankondigen, nadat de bank in december nog in gebreke bleef. In de tussentijd zijn er twee dingen veranderd voor de ECB-bestuursleden.

Experiment

Ivo Arnold, monetair econoom bij Nyenrode, benadrukt dat het moeilijk is om te zeggen of het beleid van de ECB daadwerkelijk heeft gewerkt. "We kunnen geen gecontroleerd experiment houden. We weten niet wat er was gebeurd als er geen beleid was geweest."

“Eigenlijk is het monetaire doping. En aan doping kun je ook verslaafd raken”
Ivo Arnold, monetair econoom

Toch ziet hij wel een aantal effecten. Zo is de euro sinds 2014 fors gedaald van bijna 1,40 dollar op het hoogtepunt naar iets minder dan 1,10 dollar op het moment van schrijven. Dit stimuleert de export van Europese bedrijven, want Europese producten worden automatisch goedkoper.

Verder zijn niet alleen de leenlasten voor particulieren gedaald, maar ook overheden hebben financiële ruimte gekregen doordat rentes daalden.

Monetaire doping

Arnold zegt net als Kounis dat er een rol weggelegd is voor overheden om te investeren. In Nederland is al relatief veel geïnvesteerd in onderwijs en infrastructuur, maar in Duitsland is daar nog genoeg ruimte voor.

Om echt de groei aan te jagen, zijn meer overheidsinvesteringen nodig, denkt Arnold. "Ook in Nederland zijn er vast plekken waar in geïnvesteerd kan worden."

Als blijkt dat ook extra beleid vanuit de ECB niet werkt, is er altijd nog een extreem middel wat de centrale bank kan inzetten, het zogenoemde helikoptergeld. Eigenlijk betekent het dat de bank simpelweg iedereen een bedrag geeft. In de eurozone is het voor de ECB verboden om andere lidstaten op deze manier financieren.

"Dat moet wel tot meer inflatie en groei leiden", legt Arnold uit. "Eigenlijk is het monetaire doping. En aan doping kun je ook verslaafd raken."

Lees meer achtergrondverhalen in NUweekend