Dienstverlener aan de olie- en gasindustrie Stork wordt overgenomen door het Amerikaanse conglomeraat Fluor Corporation. Een profiel van het Nederlands bedrijf met een 180-jarige historie.

Opgericht: in 1827 onder de naam Nederlandse Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel, afgekort tot Werkspoor dat later de officiële naam zou worden. Het in Amsterdam gevestigde Werkspoor fuseerde in 1954 met Gebroeders Stork & Co, dat in 1868 werd opgericht in Hengelo. Het bedrijf bouwde voornamelijk stoommachines, boilers, pompen, scheepsonderdelen, dieseltreinen, bussen en bruggen.

Luchtvaart: Stork werd vooral bekend bij het brede publiek door de overname van vliegtuigbouwer Fokker in 1996. De luchtvaarttak werd een van de voornaamste Nederlandse leveranciers aan het JSF-project, de bouw van een opvolger van de verouderde F16.

Herijking: na een herziening van de strategie werd Stork in 2000 onderverdeeld in vijf groepen, die zich richten op digitale textielbedrukking, kippenslachtmachines, luchtvaart, industriële onderdelen en technische diensten.

Ontmanteling: Stork viel eind 2007, begin 2008 uiteen. Na een twee jaar durende strijd werd het bedrijf in 2008 door de Britse investeerder Candover voor 1,5 miljard euro van de beurs gehaald . De kippenslachtmachines werden voor 415 miljoen euro doorverkocht aan het IJslandse Marel. Candover zei toe Fokker Aerospace en Stork Technical Services ten minste een aantal jaar bijeen te houden. In 2010 verkocht Candover ze aan de eveneens Britse investeerder Arle Capital.

Arle Capital deed de luchtvaartactiviteiten in oktober van dit jaar over aan GKN Aerospace. De rest wordt verkocht aan Fluor.

Stork heeft circa 15.000 werknemers. Het nieuwe fusiebedrijf dat met de activiteiten op het gebied van operaties en onderhoud van Fluor wordt gevormd krijgt in totaal ongeveer 19.000 werknemers. Die zorgen samen voor een jaaromzet van zo'n 2,1 miljard euro.