CNV Vakmensen en CNV Dienstenbond gaan volgend jaar samen verder als één vakbond. Een goed moment om de thema's van de vakbond voor de toekomst te herdefiniëren.

De arbeidsmarkt verandert. Niet alleen groeit het aantal zelfstandigen en mensen met een flexibel contract de afgelopen jaren ten koste van mensen met een vast dienstverband, ook klinkt er vanuit de polder de kritiek wie de vakbonden eigenlijk vertegenwoordigen.

De tijd dat werknemers massaal een lidmaatschapskaart op zak hadden is al lang voorbij.

Zo is het aantal vakbondsleden in Nederland voor het vijfde achtereenvolgende jaar gedaald. Eind maart van dit jaar waren 1,7 miljoen mensen aangesloten bij een bond. Dat zijn er 28.000 minder dan een jaar daarvoor. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek is dit het laagste aantal sinds 1991.

Alle bij het CNV aangesloten vakbonden tellen in totaal 289.100 leden, dat is ongeveer gelijk gebleven vergeleken met het jaar ervoor. Alleen de FNV is met ruim een miljoen leden groter.

Iedereen zeggenschap

Je kunt als vakbond eindeloos proberen deze trend te veranderen, maar CNV gooit het nu over een andere boeg. "Wij worden een vakbond voor iedereen: leden, niet-leden maar ook freelancers en zzp'ers", zegt Piet Fortuin, nu nog vicevoorzitter van CNV Vakcentrale. Hij zal de gefuseerde vakbond die verder gaat onder de naam CNV Vakmensen vanaf 2016 gaan leiden.

Er wordt een manier ontwikkeld waarmee iedereen in een bedrijf zeggenschap krijgt over de nieuwe arbeidsvoorwaarden. De precieze vorm wordt in januari volgend jaar gepresenteerd, maar Fortuin licht alvast een tipje van de sluier. "Het wordt in ieder geval geen enquête waarin we vragen wat mensen willen. We gaan echt met mensen de dialoog aan en zorgen zo voor interactie."

De vakbond deed hier al eerder proeven mee. Zo konden niet-leden die werken bij KLM in april ook stemmen over de nieuwe cao. Hetzelfde gebeurde vorig jaar in het beroepsgoederenvervoer.

Lidmaatschap

Natuurlijk hoopt de toekomstige voorzitter dat werknemers op deze manier zodanig gecharmeerd worden van het werk dat CNV Vakmensen verzet, dat zij besluiten om lid te worden. Anderzijds bestaat het risico dat de vakbond bergen werk verzet, maar daar niet voor wordt beloond in de vorm van contributie.

Garantie op succes is er niet, maar op de vraag of het CNV zo haar eigen ruiten ingooit antwoordt Fortuin stellig dat dit niet het geval is. "De wereld om ons heen verandert, het is aan ons om daar nieuwe antwoorden op te vinden."

Volgens Fortuin ligt er ook een diepere gedachte achter. "Wij zijn in 1896 opgericht om goede arbeidsvoorwaarden voor werknemers af te sluiten, dat willen we nu ook doen. Politici en werkgevers zeggen: namens wie spreken jullie? Die kritiek over de representativiteit van vakbonden nemen wij ter harte. We willen het draagvlak van de cao's vergroten door met iedereen op de werkvloer te communiceren."

Scholing

Een ander inzicht van de vakbond heeft betrekking op (om)scholing van werknemers. Dat stond altijd al hoog op de agenda, maar krijgt nu nog meer prioriteit. "De overheid en werkgevers trekken zich steeds meer terug als het om scholing gaat. Wij willen dat werknemers zelf de middelen krijgen", zegt Fortuin.

Wat het CNV betreft komt er op termijn een budget voor werknemers van structureel 8 procent van het jaarsalaris. Om daar op uit te komen moet ieder jaar een half procent uit de loonruimte worden gereserveerd. Dat betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden bij de cao-onderhandelingen, want het geld moet ergens vandaan komen.

"Sommige thema's krijgen daardoor minder aandacht, dat zal per cao verschillend zijn. Denk bijvoorbeeld aan loonsverhoging, de seniorendagen of toeslagen. Het draait uiteindelijk om maatwerk", zegt Fortuin.

Het CNV snijdt hiermee een punt aan waar vanuit de polder al langer kritiek op is. De soms royale voorzieningen in de cao's voor ouderen, zoals  de 'ouwelullendagen', leidt er volgens de critici toe dat ouderen te duur worden voor de werkgevers.

Maar voor Fortuin is het vooruitzicht op werk het belangrijkst om geld vrij te maken voor scholing. "Door de techniek verdwijnen er banen. Vrachtwagens hoeven in de toekomst misschien niet meer door een chauffeur bestuurd te worden. Schepen kunnen vanzelf aanmeren. Je moet die mensen de middelen geven om ander werk te kunnen doen."

Gestold wantrouwen

Alle afspraken zwart op wit ten spijt, hoopt de CNV'er vooral dat werkgevers en werknemers elkaar vertrouwen zonder alles in een cao's vast te leggen. "Ik wil de tijd dat cao's vooral bestaan uit gestold wantrouwen achter me laten. Het raamwerk voor een arbeidsovereenkomst moet nog steeds op centraal niveau plaatsvinden, maar de precieze invulling gebeurt wat mij betreft op de werkvloer."

Praktisch betekent dit dat werknemers ook zeggenschap krijgen over bijvoorbeeld werktijden. Als er in drukke tijden wat langer gewerkt moet worden, mag een werkgever best wat meer van zijn personeel vragen. Het tegenovergestelde geldt dan natuurlijk ook: in rustige tijden mag het kantoor best wat eerder leeg zijn.

Het zijn voornemens die zich moeilijk laten meten of ze succesvol zijn. Maar Fortuin wil best een concrete doelstelling formuleren. "Over vier jaar willen we in 30 tot 40 procent van de door ons afgesloten cao's de thema's van scholing en zeggenschap terugzien. Dat zou een behoorlijke verandering zijn."