Het verplichte eigen risico voor de zorgverzekering is voor 2018 vastgesteld op 385 euro. Wat valt er wel en niet onder het eigen risico?

Het verplichte eigen risico is ingevoerd in 2008. Toen ging het nog om een bedrag van 150 euro. Verzekerden moesten de eerste 150 euro aan zorgkosten uit het basispakket zelf betalen.

Sindsdien is het bedrag door de overheid in stappen verhoogd naar 350 euro in 2013. Daarna is het bedrag jaarlijks met ongeveer 10 euro verhoogd. Voor de jaren 2017 en 2018 is het eigen risico niet verhoogd.

Het eigen risico geldt voor bijna alle zorg uit het basispakket. Maar er zijn uitzonderingen.

Wat niet onder het eigen risico valt

De kosten voor een bezoek aan de huisarts of huisartsenpost gaan niet van het eigen risico af. Dat wordt door de verzekeraar vergoed. Dit geldt eveneens voor verloskundige zorg, kraamzorg, wijkverpleging en onderzoek bij een verhoogd risico op hart- en vaatziekten (CVR). Ook ketenzorg valt niet onder het eigen risico. Bij ketenzorg werken meerdere zorgaanbieders met elkaar samen.

Zorg voor kinderen tot achttien jaar telt niet mee voor het eigen risico. Hulpmiddelen van de thuiszorg in bruikleen en nacontroles of reiskosten bij orgaandonatie ook niet. Zorg uit aanvullende verzekeringen telt evenmin mee voor het eigen risico.

Het staat zorgverzekeraars overigens vrij om bepaalde zorgaanbieders, zorgprogramma's, medicijnen of hulpmiddelen van het eigen risico uit te sluiten. Zo vergoeden sommige verzekeraars ook de doorgaans goedkopere voorkeursgeneesmiddelen. Ook hoeven verzekerden bij een aantal verzekeraars geen eigen risico te betalen voor programma's gericht op diabetes en depressies.

Zorgverzekeraars hebben sinds 2017 de mogelijkheid om ook andere soorten programma's vrij te stellen van het eigen risico. Er hoeft dan geen eigen risico betaald te worden voor dieetpreparaten en programma's die gezondheidsproblemen kunnen voorkomen.

Wat wel onder het eigen risico valt

Alle andere behandelingen die in het basispakket staan, vallen wel onder het eigen risico. Onderzoek dat een huisarts laat uitvoeren, bij bijvoorbeeld een laboratorium, valt onder het eigen risico. Net als behandelingen in het ziekenhuis en zorg op de spoedeisende hulp.

Als een verzekerde al voor 385 euro aan zorg uit het basispakket heeft verbruikt, dan vergoedt de verzekeraar de kosten die er nog bij komen. Maar voor sommige soorten zorg uit het basispakket moeten verzekerden nog wel een eigen bijdrage betalen.

Eigen bijdrage

Voor sommige zorg geldt een eigen bijdrage. Een verzekerde moet de eigen bijdrage altijd betalen, ook als het eigen risico al volledig is verbruikt. Het gaat dan bijvoorbeeld om een bijdrage voor hulpmiddelen, sommige soorten geneesmiddelen en zittend ziekenvervoer.

Een verzekerde moet voor deze zorg jaarlijks een bepaald gedeelte of een percentage per keer zelf betalen. Ook kan het voorkomen dat een verzekeraar per keer een bepaald maximum betaalt en dat een verzekerde de rest moet bijleggen.

Een verzekerde moet de eigen bijdrage altijd eerst betalen. Het bedrag dat overblijft, valt dan nog onder het verplicht eigen risico.

Vrijwillig eigen risico

Verzekerden kunnen een hoger eigen risico instellen dan het wettelijk verplichte bedrag. Een verzekerde kan dit bedrag met maximaal 500 euro tot 885 euro verhogen. Zij moeten dus meer zelf betalen als zij zorg uit het basispakket gebruiken. Verzekerden die een hoger eigen risico hebben ingesteld, krijgen in ruil daarvoor korting op hun zorgpremie.

Een extra vrijwillig eigen risico kan voordelig zijn voor mensen die weinig tot geen zorg nodig hebben en ook 885 euro kunnen missen als ze onverwacht toch veel zorg nodig hebben. Bij veel verzekeraars is het mogelijk om de kosten in termijnen te betalen.