Waarom een nieuwe lening uit het noodfonds Nederland geen extra geld kost

De Grieken krijgen hoogstwaarschijnlijk een nieuw steunpakket van in totaal ruim 80 miljard euro. Daarvan komt waarschijnlijk 40 tot 50 miljard euro uit Europese noodfonds ESM.

Dat is een flink bedrag. Maar de eurolanden die het noodfonds hebben gevuld, hoeven geen extra geld bij te storten.

Hoeveel geld zit er in het Europese noodfonds?

Alle negentien eurolanden samen staan garant voor in totaal 700 miljard euro. Daarvan is 80 miljard daadwerkelijk gestort en kan er 620 miljard euro worden opgevraagd. Dat geld is er dus op dit moment niet echt, maar moet worden overgemaakt door de deelnemers als het echt fout gaat in een van de eurolanden.

Door dit 'echte geld' en de garantstelling, kan het fonds voor 500 miljard euro aan leningen verstrekken. Doordat er veel rijke landen garant staan en vanwege de pot van 80 miljard euro, heeft het noodfonds een hoge kredietwaardigheid. Daardoor kan er goedkoop geld worden geleend op de kapitaalmarkt.   

De verdeelsleutel wordt bepaald door de grote van de economie (het bruto binnenlands product) en de bevolkingsomvang.

Met deze som heeft Nederland 4,6 miljard euro direct gestort en is er 35,5 miljard euro direct opvraagbaar. Dat komt op een totaalaandeel van 40 miljard euro.

De Nederlandse overheid heeft de 4,6 miljard euro al overgemaakt. Een nieuwe lening voor Griekenland betekent dus niet dat er extra geld moet worden bijgestort.

Overigens draagt Griekenland als euroland ook bij aan het noodfonds (19,7 miljard euro). Duitsland (190 miljard), Frankrijk (142,7 miljard), Italië (125,4 miljard) en Spanje 83,3 miljard) zijn de grootste geldschieters. Nederland staat op de vijfde plaats.   

Landen die om een lening vragen, moeten daar strenge bezuinigingen en hervormingen tegenover stellen.

Spanje was het eerste land dat aanspraak maakte op het noodfonds, het land had ruim 40 miljard euro nodig om zijn bankensector er bovenop te helpen. Cyprus was het tweede land met een lening van 9 miljard euro.

Hoe werkt het Europese noodfonds?

Het Europese noodfonds is in 2012 opgericht door de eurolanden tijdens het hoogtepunt van de eurocrisis. Rentes op staatsleningen van vooral Zuid-Europese landen liepen hoog op en de bankensector in sommige delen van de eurozone was erg verzwakt. Een permanent noodfonds zoals het ESM moest landen in financiële problemen er weer bovenop helpen.

De ministers van Financiën binnen de eurozone vormen de Raad van Gouverneurs. Zij beslissen of een land steun krijgt en wanneer er extra geld bijgestort moet worden.

In principe heeft elk land bij een normale gang van zaken het recht om in zijn eentje een besluit tegen te houden.

In noodgevallen is er geen sprake van een vetorecht. Als de eurozone acuut in gevaar is als er niet direct wordt ingegrepen, dan is er een meerderheid nodig van 85 procent van de stemmen om een besluit erdoor te krijgen.

Als de eurolanden extra geld moeten storten in het noodfonds, geldt het vetorecht en niet de 85 procentnorm.

Lees meer over:
ESM
Tip de redactie