Journalisten en politici kijken er altijd reikhalzend naar uit en lijken het ontzettend belangrijk te vinden: de groeiramingen voor de Nederlandse economie. Ze worden in de zomer getrakteerd op twee prognoses. Maar waar komen die getallen vandaan en hoeveel waarde moeten we eraan hechten?

Zowel de Nederlandsche Bank (DNB) als het Centraal Planbureau (CPB) hebben in juni 2015 hun inschattingen bekendgemaakt. Beide partijen zagen het een stuk zonniger in en verwachtten voor 2015 een economische groei van 2 procent.

Waar bestaan de groeicijfers uit?

De ramingen laten zien hoe hard het bruto binnenlands product (bbp) naar verwachting groeit of krimpt. Het bbp is een maatstaf voor wat er in Nederland gezamenlijk wordt verdiend.

Het bbp komt grofweg neer op wat huishoudens consumeren, wat de overheid besteedt aan onder meer ambtenarensalarissen en materiële zaken zoals computers, de investeringen van bedrijven en de uitvoer van goederen en diensten minus de invoer.

Hoe komen de ramingen tot stand?

Het CPB kijkt in eerste instantie naar de vorige raming en onderzoekt of de economie zich anders lijkt te ontwikkelen dan verwacht. Daarna verzamelt het adviesorgaan gegevens over externe ontwikkelingen, zoals het nieuwe overheidsbeleid en de wereldhandel.

Vervolgens worden de gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) erbij gepakt. Het CBS berekent altijd achteraf hoe hard de economie daadwerkelijk is gegroeid. Deze getallen geven weer aanwijzingen over hoe de economie er straks voor zal staan. 

Daarna laat het CPB een eigen macro-economisch model los op de gegevens. Dit model bootst met wiskundige formules na hoe de economie werkt. Zo weet het model dat bedrijven waarschijnlijk meer mensen zullen aannemen als hun productie is toegenomen.

Deze uitkomsten worden weer gecontroleerd en eventueel aangepast. Met deze getallen worden dan weer preciezere berekeningen gemaakt op basis van andere modellen. En daar rolt uiteindelijk een percentage uit. 

"De procedure bij DNB is eigenlijk hetzelfde als bij het Centraal Planbureau. De modellen zijn vergelijkbaar en de methodiek is ook vergelijkbaar", vertelt macro-econoom Johan Verbruggen van DNB. Hij was voorheen jarenlang betrokken bij het maken van ramingen bij het CPB.

“Het zou absurd zijn als je de cijfers achter de komma serieus neemt.”
Hoogleraar Bas Jacobs

Waarom zijn die percentages belangrijk?

De CPB-cijfers zijn de onderbouwing voor het opstellen van de Nederlandse begroting. Met de cijfers in de hand onderzoekt het kabinet hoe groot het budget is en welke ruimte er is om nieuw beleid te voeren.

"Het hele begrotingsproces hangt af van die cijfers van het CPB. Dat is om die reden heel belangrijk", vertelt bijzonder hoogleraar openbare financiën Bas Jacobs van de Erasmus School of Economics. 

De cijfers van DNB worden meer gebruikt om monetair beleid te voeren. De beslissingen van de Europese Centrale Bank (ECB) over opkoopprogramma's en rentebesluiten zijn mede gebaseerd op de stand van de conjunctuur. De ECB kijkt daarvoor naar gegevens van instituten uit de verschillende eurolanden, waaronder die van DNB in Nederland.

Waarom wijken de cijfers van DNB en het CPB van elkaar af?

DNB en het CPB waren het niet helemaal eens over de groeicijfers voor 2016. Het CPB ging uit van een groei van 2,1 procent en DNB van 1,8 procent. Dat scheelt 0,3 procentpunt.

"Het verschil valt echt reuze mee. Die paar tienden, dat is voor sociale wetenschappen echt heel erg precies. Het is niet ons doel om twee gelijke ramingen te maken", zegt CPB-woordvoerder Edwin van de Haar.

"Als je weet hoe groot de onzekerheidsmarge is met dit soort cijfers - die is gewoon groot, daar moeten we eerlijk in zijn - dan valt dit heel erg mee", aldus Verbruggen.

"Het zou absurd zijn als je de cijfers achter de komma serieus neemt. Het is een raming, het geeft een indicatie, maar ook niet meer dan dat", vindt Jacobs.

“De crisis hebben wij niet voorspeld, maar dat is ook logisch.”
CPB-woordvoerder Edwin van de Haar

Het CPB werkt met iets meer gegevens van de overheid en DNB gebruikt op haar beurt weer andere gegevens over de wereldhandel. Daarnaast gebruiken de instellingen verschillende modellen.

"Het lijken hele grote logge modellen, maar in de kern gaat het om twintig vergelijkingen die cruciaal zijn. Die schatten wij weer net iets anders dan het CPB en daardoor kunnen er kleine verschillen optreden", vertelt Verbruggen.

Ook is er een ander moment waarop de instellingen stoppen met het verzamelen van gegevens. "Er komen elke dag nieuwe gegevens binnen, dus op een gegeven moment moet je toch zeggen: 'Dit zijn de cijfers waarmee we het gaan uitrekenen'", aldus Van de Haar.

Waarom komen de ramingen bijna nooit uit?

Een raming mag eigenlijk geen voorspelling genoemd worden. Doorgaans worden de geraamde percentages geen werkelijkheid.

"Het CPB heeft er echt zeer grof naast gezeten in de crisisjaren", benadrukt hoogleraar Jacobs. "De modellen kunnen goed omgaan met kleine afwijkingen, maar bij grote afwijkingen, zoals de grote recessie, de val van Lehman Brothers en alles wat daarna gebeurd is, worden de modellen notoir onbetrouwbaar. En dus worden ook de ramingen onbetrouwbaar." Van de Haar stelt eveneens dat het CPB geen schokken kan voorspellen.

"Het voorspellen van de volgende crisis is bijzonder lastig. Ik denk dat we daar gewoon reëel in moeten zijn. Eigenlijk alle voorspellers, of ze nou bij het planbureau, de Europese Commissie, het IMF, de Oeso of DNB zitten, zullen dat wel toegeven", aldus Verbruggen.

Jacobs noemt het "grotendeels een illusie" dat instellingen een crisis kunnen zien aankomen. "Maar we hadden wel beter kunnen weten. Wat nog steeds niet goed in de modellen zit, is de rol van de financiële sector en de rol van de financiële posities van huishoudens en bedrijven."

Jacobs doelt bijvoorbeeld op hypotheekschulden, leningen, de pensioenopbouw en kredieten voor bedrijven. Eigenlijk hoe huishoudens en bedrijven hun activiteiten financieren.

Er wordt door instituten hard gewerkt aan het aanpassen van de modellen, maar dat is moeilijk en tijdrovend.

“Ramingen komen nooit exact uit, wat niet wil zeggen dat ze zinloos zijn.”
Macro-econoom Johan Verbruggen

Hoeveel waarde moeten we aan de cijfers hechten?

"Politici, beleidsmakers en journalisten nemen de cijfers van het CPB en andere instituten veel te letterlijk", vindt Jacobs. "Mensen moeten vooral niet een te grote waarde toekennen aan die ramingen en het zeker niet gaan zien als een vorm van economische astrologie. De werkelijkheid wordt altijd anders dan de raming. Echt voorspellen kan maar een beetje."

Voor het berekenen van groeicijfers zijn een aantal variabelen, zoals de wereldhandel, de olieprijs en de ontwikkeling van de rente, belangrijk.

"Als er in die variabelen een verandering komt, dan verandert de raming onmiddellijk. Dat betekent dat je eigenlijk ook die variabelen exact moet gaan voorspellen. Maar dat kan niemand", aldus de hoogleraar. "Stel dat Griekenland er onverhoopt toch uitvalt, dan kunnen er dingen gebeuren in Europa die we gewoon niet kunnen voorzien. Je kan dat niet in een raming stoppen, maar het is wel een onzekerheidsfactor."

"Ramingen komen nooit exact uit, wat niet wil zeggen dat ze zinloos zijn. Je hebt ze namelijk keihard nodig als je plannen wil maken", meent Verbruggen. "Je kunt niet zeggen in de Miljoenennota: 'Het tekort kan 2 procent zijn, maar het kan ook 4 procent zijn'. Het is begrijpelijk dat politici en beleidsmakers een exact cijfer willen hebben."

Meer langere verhalen en achtergronden op NUweekend