Oliekartel OPEC heeft eind november 2016 een historisch akkoord gesloten over het inperken van de gezamenlijke olieproductie. Het is de eerste productieverlaging binnen het oliekartel sinds 2008.

De OPEC-leden hebben afgesproken hun totale dagproductie met 1,2 miljoen vaten te verlagen. Vanaf 2017 mag die volgens de afspraken niet meer boven de 32,5 miljoen vaten per dag uitkomen. Op deze manier probeert de organisatie de strijd tegen de relatief lage olieprijs aan te gaan.

Saudi-Arabië neemt het grootste deel van de productieverlaging voor zijn rekening. De dagelijkse productie is met minstens 486.000 vaten omlaag gegaan. Iran mag ongeveer evenveel blijven produceren als voorheen en Irak produceert dagelijks zo'n 200.000 vaten minder.

Olieproducenten van buiten de OPEC hebben daarna beloofd om samen dagelijks 558.000 vaten minder olie op te pompen. Rusland is goed voor ruim de helft van deze afname (300.000 minder vaten). Onder meer Mexico (100.000), Oman (45.000), Azerbeidzjan (35.000) en Kazachstan (20.000) doen ook mee.

De eerder gemaakte afspraken zouden eind juni 2017 aflopen, maar in mei van hetzelfde jaar werden de leden van de OPEC het eens over een verlenging van de productieverlaging. Tot eind maart 2018 zal het oliekartel zich houden aan de productiebeperking.

Volgens ingewijden zijn alle OPEC-lidstaten het eens over een verdere verlenging na maart 2018. Het wachten is nog op Rusland, dat als belangrijkste niet-lid van de OPEC zijn steun nog niet heeft toegezegd aan het akkoord.

Gesteggel

Aan het akkoord ging een hoop gesteggel vooraf. Het belangrijkste lid van de OPEC, Saudi-Arabië, vond dat alle leden moesten inleveren.

Iran protesteerde, omdat het land nog herstelt van economische sancties die onlangs zijn opgeheven. Ook Irak was in eerste instantie tegen een productieverlaging, maar stemde uiteindelijk toch in.

Indonesië koos voor het tijdelijk opzeggen van het lidmaatschap.

Olieprijs opdrijven

Eind juni 2014 werd Brent nog voor ongeveer 114 dollar per vat verhandeld. Begin 2016 bereikte de prijs een dieptepunt van 27,10 dollar per vat. Brent is de belangrijkste maatstaf voor olie uit Europa en het Midden-Oosten.

De OPEC hoopt met de afspraken het overaanbod aan olie te verkleinen en uiteindelijk de olieprijs weer op te drijven. Als het product schaarser wordt, leidt dat normaal gesproken tot een prijsstijging.

De prijs van Brent steeg op de dag van de bekendmaking van de plannen met 7,9 procent naar 50,05 dollar per vat. De ochtend erna steeg de prijs verder naar 52,50 dollar. Maar in het voorjaar van 2017 begon de prijs weer te dalen.

In mei 2017 zakte de prijs van een vat Brent weer terug naar 49,61 dollar. Daarmee was bijna de volledige stijging die sinds het OPEC-akkoord is geboekt, weer tenietgedaan. Later die maand liep de prijs weer iets op.

Maar vlak na de aankondiging dat de afspraken zullen worden verlengd, werd de olie weer iets goedkoper. Oliehandelaren leken erop te hopen dat de OPEC een grotere verlaging zou aankondigen. Op een verlenging van negen maanden hadden ze al gerekend.

Overproductie en weinig vraag

De historisch lage olieprijs hangt onder meer samen met een relatief groot aanbod en een minder hard groeiende vraag. Tussen 2010 en halverwege 2014 was de olieprijs redelijk stabiel. Maar sinds de zomer van 2014 is de prijs flink gekelderd. Ondanks een opleving in de eerste twee kwartalen van 2015, is de trend overwegend omlaag.

In november 2014 maakte de OPEC nog bekend de olieproductie niet te verlagen, ondanks de forse daling die toen al was ingezet. In de Verenigde Staten (VS) is dan al een aantal jaren de zogenoemde schaliegasrevolutie aan de gang.

De sterke opkomst van schaliegas en schalie-olie zorgt in de VS voor de hoogste productieniveaus in jaren. Er werd zelfs ingestemd met het opheffen van een 40-jarig verbod op de export van Amerikaanse ruwe olie.

De OPEC ziet dit als een grote bedreiging. Toch wilden de leden toen nog geen marktaandeel prijsgeven met een productieverlaging. Bovendien hoopten de leden dat de lage olieprijs de schaliegasproducenten in de VS uit de markt zou prijzen.

De productie van schaliegas en schalie-olie is namelijk een stuk duurder dan het reguliere oppompen van olie. Toch blijft de productie in de VS vooralsnog hoog. En als de productieverlaging van de OPEC tot een hogere olieprijs leidt, dan wordt het ook aantrekkelijker om schalie-olie te winnen.

Iran

Begin 2016 kwam er nog een factor bij waardoor het aanbod aan olie groeide. Iran mocht na jaren weer olie exporteren. De economische sancties tegen Iran zijn grotendeels opgeheven, nadat het land de nucleaire activiteiten flink had teruggeschroefd. Iran is daardoor juist meer olie gaan produceren.

Tegelijkertijd groeit de wereldwijde vraag naar olie minder sterk dan voorheen. Vooral in China wordt er minder geconsumeerd door de afkoelende economie. Brazilië, eerder jarenlang een groeimarkt, heeft zelfs te maken met een recessie.

Winnaars en verliezers

Een lage olieprijs is voor sommigen gunstig. Consumenten zijn bijvoorbeeld een stuk goedkoper uit wanneer zij moeten tanken. En door een lagere energierekening houden mensen geld over. Dat geldt eveneens voor bedrijven die veel brandstof verbruiken.

Landen die voornamelijk energie importeren, zien hun financiën op dat gebied verbeteren. Olie-exporterende landen komen juist in de problemen door een lage olieprijs.

Ook bedrijven in de oliesector, zowel producenten als toeleveranciers, voelen de lage olieprijs. Dat kan doorsijpelen naar de reële economie als banken, die leningen bij dergelijke bedrijven hebben uitstaan, verliezen moeten incasseren. Dat kan op termijn dan weer leiden tot een lagere kredietverlening aan bedrijven.