De inflatie in de eurolanden bevindt zich al een tijd op een laag niveau. Af en toe valt het percentage zelfs negatief uit. 

De Europese Centrale Bank (ECB) probeert met verschillende maatregelen de inflatie aan te wakkeren. Zo verlaagde de ECB in het voorjaar van 2016 het belangrijkste rentetarief naar 0 procent. Ook heeft de centrale bank zijn opkoopprogramma vergroot.

Inflatie is de waardevermindering van geld die ontstaat door prijsstijgingen. Door inflatie daalt de koopkracht, omdat met hetzelfde geld minder gekocht kan worden.

Inflatie kan onder meer ontstaan door hogere belasting. 

Inflatie kan ontstaan door hogere productiekosten, hogere importprijzen en hogere belasting.

Economen hebben verschillende visies op de oorzaak van inflatie, waar de hoeveelheid geld ten opzichte van de productie een grote rol speelt. 

Berekenen van inflatie vindt plaats op basis van een pakket van uitgaven.

In de meeste landen, waaronder Nederland, wordt de consumentenprijsindex (CPI) gebruikt om inflatie te meten. Inflatie wordt berekend als procentuele stijging ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder.

Bij het berekenen van de CPI wordt gekeken naar een pakket van uitgaven die huishoudens doen. Hoe belangrijk elk onderdeel is ten opzichte van de totale uitgaven wordt elk jaar opnieuw vastgesteld.

In het pakket zitten onder andere voeding, energie, abonnementen, kapper, verzekeringen, huur van woningen en duurzame goederen als kleding, huishoudelijke apparaten en auto's.

Lonen en toeslagen stijgen vaak mee met het inflatiepercentage.

In Nederland bepaalt het inflatiecijfer onder andere hoeveel de huur van huurwoningen onder de liberalisatiegrens mag stijgen, afgezien van de inkomensafhankelijke huurverhoging.

Lonen, uitkeringen en toeslagen stijgen vaak mee met het inflatiepercentage, zodat de koopkracht op peil blijft. Daarnaast gebruiken veel instanties de inflatie om een prijsverhoging, de zogenoemde inflatiecorrectie, door te voeren.

De Europese Centrale Bank (ECB) heeft als hoofddoel het handhaven van prijsstabiliteit en streeft daarom naar een Europese inflatie op jaarbasis "onder maar dicht bij 2 procent".

Als de rente, die spaarders op hun spaarrekening ontvangen, lager is dan de inflatie, betekent dit dat het spaargeld minder waard wordt. Met hetzelfde geld kan minder gekocht worden.

Het tegenovergestelde van inflatie is deflatie.

Deflatie is het tegenovergestelde van inflatie: Door prijsdalingen neemt de waarde van geld toe. Er wordt gesproken van deflatie als het inflatiepercentage gedurende langere tijd onder nul uitkomt. 

Deflatie kan tot gevolg hebben dat consumenten hun aankopen gaan uitstellen, omdat zij verwachten dat producten goedkoper worden. Dat heeft grote gevolgen voor de economie, doordat dit een negatieve spiraal uitlokt. Als consumenten minder kopen, gaan winkels minder inkopen, waardoor ook de fabrikanten geraakt worden. 

Door deflatie kan bovendien de reële waarde van schulden stijgen. Dat is niet alleen nadelig voor consumenten die schulden hebben, maar ook voor de staatsschuld.