Nu duizenden bouwprojecten stilliggen doordat ons land te veel stikstof uitstoot, kwamen op NUjij, het discussieplatform van NU.nl, tientallen vragen binnen over stikstof en hoe het nu verder moet. In dit stuk beantwoorden we acht vragen van onze lezers.

1. Wat is stikstof precies?

Zo'n 80 procent van de atmosfeer bestaat uit stikstof (N). Dat is niet schadelijk voor mens, dier en plant. Sterker: we hebben stikstof nodig om te leven - elke ademteug bestaat voor vier vijfde uit stikstof.

Een kleine scheikundeles: als stikstof zich hecht aan andere stoffen, zoals zuurstof (O) en waterstof (H), ontstaat reactieve stikstof, zoals stikstofoxide (NOx) of ammoniak (NH3).

Stikstofoxiden worden voornamelijk uitgestoten door industrie en verkeer. De landbouw is voor het belangrijkste deel verantwoordelijk voor de uitstoot van ammoniak.

Stikstofoxide en ammoniak staan centraal in het rapport dat het adviescollege van oud-minister Johan Remkes woensdag presenteerde.

2. Hoe schadelijk is stikstof voor de natuur?

Reactieve stikstof komt ook in de natuur voor, maar is voor planten moeilijk te verkrijgen. Daarom proberen planten optimaal te profiteren van de door ons uitgestoten stikstof.

Soorten die harder van stikstof groeien dan andere plantensoorten profiteren meer van het door de mens veroorzaakte overschot aan stikstof. Brandnetels overwoekeren bijvoorbeeld orchideeën en grassen zijn steeds meer te zien op plekken waar vroeger de hei bloeide.

Uiteindelijk leidt dat tot een verlies aan biodiversiteit, doordat niet alleen planten worden overwoekerd, maar ook doordat het leefgebied van dieren die profiteren van de verdwenen planten wordt aangetast. De natuur bestaat dus uiteindelijk uit minder soorten.

Nederland telt 160 Natura 2000-gebieden, die volgens Europese regels beschermd moeten worden om de biodiversiteit te behouden. 118 van die beschermde natuurgebieden lijden onder een te hoge stikstofbelasting.

3. Speelt het stikstofprobleem dan nu ineens?

Nee, de politiek weet al veel langer dat Nederland te maken heeft met een te hoge stikstofdepositie. Het is ook de reden dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) in 2015 werd ingevoerd. Op basis van de PAS werden vergunningen verleend voor bouwprojecten die voor stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden zorgden.

Het PAS stond toe dat stikstofdepositie pas na de bouw gecompenseerd zouden worden. In de praktijk kwam daar echter lang niet altijd iets van terecht. Op sommige plekken nam de uitstoot van stikstof juist toe.

Het Europese Hof van Justitie concludeerde in november vorig jaar al dat het PAS niet handelt volgens de Europese richtlijnen om natuur te beschermen, en de Raad van State sloot zich daar eind mei bij aan.

Sindsdien mag het PAS dus niet meer gebruikt worden om een vergunning te verlenen voor een bouwproject dat voor stikstofdepositie in de buurt van beschermde natuur zorgt. Het gevolg is dat duizenden projecten in Nederland plotseling stil zijn komen te liggen.

4. Wie is eigenlijk verantwoordelijk voor al die stikstofuitstoot?

Bijna de helft (46 procent) van alle stikstofdepositie was in 2018 afkomstig van de landbouw. Daarnaast kwam bijna een derde vanuit het buitenland over de grens gewaaid. Wegverkeer was voor ruim 6 procent verantwoordelijk, net als huishoudens.

Het restant van de stikstofdepositie (bijna 10 procent) kwam voor rekening van onder meer het overige verkeer (waaronder luchtvaart), internationale scheepvaart, de industrie en de bouw.

5. De bouw is voor slechts een klein deel verantwoordelijk voor de uitstoot van stikstof. Waarom mag er dan toch niet gebouwd worden?

Nederland hanteert een lage grens als het om het uitstoten van stikstof gaat. Sterker: als er door een bouwproject ook maar een beetje stikstof in een Natura 2000-gebied terechtkomt, dan is daar een vergunning voor nodig.

Hoewel de bouw voor slechts 0,6 procent verantwoordelijk is voor de uitstoot van stikstof, zijn die vergunningen dus wel nodig. Dat geldt dus ook voor de bouw van energieneutrale woningen of windmolens.

Of de economie er nu wel of niet onder lijdt, daar heeft de Raad van State geen boodschap aan. De hoogste bestuursrechter heeft alleen gekeken naar of het PAS aan de Europese richtlijnen voldeed.

6. En onze buurlanden, hoe gaan die met het stikstofprobleem om?

Duitse natuurgebieden zijn veel groter, waardoor de stikstof minder schade veroorzaakt.

Daarnaast hanteert Duitsland een soepeler beleid als het gaat om het verlenen van vergunningen voor bouwprojecten die stikstof uitstoten. In Nederland moeten er maatregelen genomen worden als er maar een grammetje stikstof wordt uitgestoten; in Duitsland ligt die grens hoger.

België loopt net als Nederland tegen de grenzen van hoeveel stikstof de natuur in het land aankan aan.

Een centraal programma, zoals het PAS, heeft België niet. Maar uiteindelijk komt de uitkomst op hetzelfde neer. Ook in België moeten na het invoeren van een bouwproject maatregelen die de uitstoot van stikstof terugdringen worden genomen.

Het lijkt erop dat ook België in een stikstofcrisis terechtkomt als milieubewegingen in dat land bij de rechter aan de bel trekken, zoals in Nederland gebeurde.

Waarom zorgt stikstof voor zo veel problemen in Nederland?
77
Waarom zorgt stikstof voor zo veel problemen in Nederland?

7. Waarom gaan de aanbevelingen van Remkes niet over de scheepvaart en de luchtvaart?

Omdat zeer veel bouwprojecten nu niet door kunnen gaan, was het verzoek van het kabinet om binnen twee maanden met een advies te komen, waarin zou staan hoe weer toestemming kan worden gegeven voor de belangrijkste bouwprojecten.

Remkes en de andere leden van de adviescommissie hebben daarom uitgezocht op welke manier de uitstoot van stikstof relatief gemakkelijk gereduceerd kan worden, waardoor ruimte voor belangrijke projecten ontstaat.

Die ruimte is gevonden in het verlagen van de snelheid van het wegverkeer en het uitkopen van veehouderijen die veel stikstof uitstoten.

Daarmee is de commissie-Remkes echter nog niet klaar. Zij richt zich tot mei 2020 op de vraag hoe we op de lange termijn met stikstof om moeten gaan. In dat advies zullen ook de scheepvaart en luchtvaart aan bod komen.

8. Hoe moet het nu verder?

De politiek moet nu besluiten of ze de adviezen van Remkes overneemt en op welke manier er ruimte wordt gecreëerd om bouwprojecten door te laten gaan. De verwachting is dat dat besluit al komende week volgt.

Het dossier is dusdanig complex dat Remkes niet verwacht dat op korte termijn voor alle projecten ineens weer een vergunning verleend kan worden. Ook daarin zal de politiek moeten bepalen welke projecten voorrang moeten krijgen.

Remkes adviseert ook om niet alle vrijgekomen ruimte in de uitstoot van stikstof te benutten. Het doel is om de uitstoot structureel te verminderen en dat doel moet de politiek niet uit het oog verliezen.