NU+ Waarom schond GGZ Drenthe beroepsgeheim voor verdachte patiënt?
In april hield de politie een man aan die als verpleegkundige op de longafdeling van een Drents ziekenhuis verdacht wordt van betrokkenheid bij de dood van zo'n twintig patiënten. De zaak kwam aan het rollen doordat de GGZ Drenthe haar beroepsgeheim schond. Hoe uitzonderlijk is het dat een zorgorganisatie de geheimhoudingsplicht schendt?
"Het is op zichzelf niet uitzonderlijk", laat hoogleraar Gezondheidsrecht Martin Buijsen van de Erasmus Universiteit Rotterdam weten aan NU.nl. Met name als er sprake is van huiselijk geweld schenden zorgmedewerkers "redelijk vaak" hun geheimhoudingsplicht door een melding te maken bij Veilig Thuis. "Maar dit soort dingen wordt niet ergens geturfd."
Moord, drugssmokkel of schotwond
Het beroepsgeheim betekent dat patiënten ervan uit kunnen gaan dat zij alles tegen hun arts, verpleegkundige of psycholoog kunnen zeggen. Zij kunnen zelfs een moord bekennen, benadrukt Buijsen. Zolang een hulpverlener niet het idee heeft dat de patiënt nog steeds een gevaar vormt voor anderen, mag deze de informatie van de patiënt niet doorvertellen.
Hetzelfde geldt voor een patiënt die bijvoorbeeld naar het ziekenhuis moet vanwege drugs die hij in zijn lichaam de grens over smokkelde. Het ziekenhuis neemt de drugs in en overhandigt deze aan de politie, maar zegt niets over de patiënt. Ook zal een arts de politie niet inlichten als er iemand met een verdachte schotwond het ziekenhuis binnenkomt. "Iemand die een strafbaar feit heeft gepleegd, maar medische hulp nodig heeft, is gewoon een patiënt voor een arts." Alleen als de patiënt - eenmaal opgeknapt - zegt dat hij degene die hem neerschoot een lesje zal leren, moet de arts het melden.
Maar als er geen gevaar dreigt voor de hulpvrager of anderen, dan weegt het belang van de opsporing niet op tegen het belang van medische hulp. Het onrechtmatig schenden van het beroepsgeheim is zelfs strafbaar. "Daar staat drie jaar cel op."
Het beroepsgeheim is er dan ook niet voor niets. Het zorgt ervoor dat alle mensen de zorg kunnen krijgen die zij nodig hebben, ook criminelen. "Het beroepsgeheim heeft maar één bestaansreden: onbelemmerde toegang tot gezondheidszorg", zegt Buijsen. Als mensen met een schotwond niet naar het ziekenhuis durven uit angst aangegeven te worden bij de politie, dan hebben zij geen onbelemmerde toegang.
Buijsen kan zich voorstellen dat kennis van strafbare feiten soms op het geweten van artsen drukt. "Maar het valt wel binnen het beroepsgeheim."
Wanneer hulpverleners hun beroepsgeheim mogen schenden
Er zijn nog meer situaties waarin zorgmedewerkers hun geheimhoudingsplicht mogen schenden. Voorbeelden daarvan zijn als een patiënt daar toestemming voor geeft, minderjarig is of als bij de zorg meerdere hulpverleners betrokken zijn. In dat laatste geval is het wel zo handig als zij met elkaar kunnen overleggen.
Daarnaast is er een aantal wetten die een hulpverlener verplichten het beroepsgeheim te schenden, bijvoorbeeld als een patiënt een besmettelijke ziekte heeft. Dan moet de hulpverlener de GGD informeren om te voorkomen dat heel veel andere Nederlanders ziek worden.
Het wordt lastig als er sprake is van 'een conflict van plichten'. Dan moet de zorgverlener inschatten hoe groot het gevaar is. Is het algemene gezondheidsbelang groter dan het individuele belang? Is ernstige schade voor de zorgvrager of andere(n) te voorkomen door de mond open te trekken?
Kindermishandeling is daar een goed voorbeeld van. Als onderdeel van de geheimhoudingsplicht zou vaak een ouder toestemming moeten geven voordat de arts een melding doet. Maar als een kind mishandeld wordt door die ouder, zal die niet snel toestemming geven.
Vanwege hun beroepsgeheim waren artsen lange tijd terughoudend. Pas toen artsenfederatie KNMG met een meldcode kwam, merkte Buijsen dat veel meer artsen huiselijk geweld meldden. Naar eigen zeggen kreeg hij daarna veel telefoontjes van huisartsen die toegaven dat ze te lang hadden vastgehouden aan hun beroepsgeheim.
Dodelijke schietpartij Alphen aan den Rijn
Af en toe ontstaat er discussie over het beroepsgeheim. Dat gebeurt vooral als het misgaat, zoals toen Tristan van der V. in 2011 meerdere mensen doodschoot in een winkelcentrum in Alphen aan den Rijn. Hadden hulpverleners het schietincident kunnen voorkomen?
Buijsen benadrukt dat het in dit soort gevallen heel makkelijk is om achteraf te oordelen. "Maar je weet niet wat die hulpverleners aan feiten en kennis hadden."
De afwegingen van GGZ Drenthe
In gesprekken met diverse hulpverleners gaf de verdachte toe dat hij tijdens de pandemie als verpleegkundige op de longafdeling het leven van een twintigtal patiënten "voortijdig had beëindigd".
"Waarschijnlijk hadden zij het idee dat er meerdere slachtoffers zouden kunnen vallen als ze hun mond niet open deden", verklaart Buijsen de keuze van de zorgmedewerkers van GGZ Drenthe. Want, zegt hij nogmaals: "Slechts de pleging van een strafbaar feit is geen reden om het beroepsgeheim te breken."

