Het is Super Tuesday in de VS. Democraten in maar liefst veertien staten besluiten welke presidentskandidaat het in november moet gaan opnemen tegen Donald Trump. De strijd heeft zich inmiddels toegespitst op de linkse Bernie Sanders en de centristische Joe Biden.

Er worden op Super Tuesday meer dan dertienhonderd gedelegeerden verdeeld - ongeveer een derde van het landelijke totaal. En in tegenstelling tot de voorverkiezingen in Iowa en New Hampshire, twee kleine en zeer witte staten, vormen de veertien staten die op Super Tuesday aan bod komen een accuratere afspiegeling van het Amerikaanse volk.

Dit betekent dat de winnaars in één klap een forse voorsprong op hun rivalen kunnen opbouwen en de verliezers zichzelf de vraag moeten stellen of hun campagne nog levensvatbaar is.

Wat betreft dat laatste is er een belangrijk percentage om in gedachten te houden: 15 procent. De Democratische Partij heeft bepaald dat een kandidaat minimaal dat aandeel van de stemmen moet behalen om in aanmerking te komen voor de proportionele verdeling van gedelegeerden. Die regel is ontworpen om kandidaten die weinig kans op de uiteindelijke winst hebben, uit de race te halen.

Buttigieg en Klobuchar gingen uit de weg voor Biden

Twee oud-kandidaten voor wie de 15-procentsregel waarschijnlijk niet goed had uitgepakt waren Pete Buttigieg en Amy Klobuchar. Zij beëindigden eerder deze week hun campagnes.

De timing van hun beslissingen was opvallend, want beide kandidaten hadden al veel tijd, geld en moeite gestoken in de Super Tuesday-staten.

Er is een tweeledige verklaring: de peilingen boden noch Buttigieg, noch Klobuchar veel hoop en de zegetocht van de radicale Sanders verhoogde de druk op hen om de weg vrij te maken, zodat de gematigde vleugel van de partij zich achter Biden kan verenigen.

Beide afhakers verklaarden dat ze zich achter de oud-vicepresident scharen. Ze zijn jong genoeg om in de toekomst nog vele malen mee te dingen naar het presidentschap. Het kan bepaald geen kwaad als de Democratische partijleiding onthoudt dat ze in 2020 netjes opzijgingen.

Gematigden staan achter op de progressieven

Het gematigde kamp binnen de Democratische partij staat op achterstand. Tijdens de campagne tot nu toe hadden gematigde Democratische kiezers de keuze uit een groot aantal kandidaten, terwijl Sanders op de linkervleugel alleen wat directe concurrentie ondervond van Elizabeth Warren.

Sanders heeft sinds zijn vorige gooi naar het presidentschap, in 2016, een uitstekend georganiseerde organisatie opgebouwd, die drijft op enorme aantallen kleine donaties en een leger van gemotiveerde vrijwilligers.

De Democratische partijleiding en prominente Democraten - zoals oud-president Barack Obama - hielden zich tot nu toe op de vlakte over hun voorkeuren, uit angst om de stelling van Sanders dat hij door het establishment wordt tegengewerkt te bevestigen, en zijn aanhangers te vervreemden.

Inmiddels is de wind gedraaid en gaan steeds meer prominenten achter Biden staan.

De 38-jarige Pete Buttigieg maakte zondag een einde aan zijn campagne. Hij heeft nog veertig jaar om president te worden, zeggen kenners. (Foto: Reuters)

Wordt Biden de comeback kid?

Joe Biden begon de race als topfavoriet, maar voerde een slechte campagne. Hij kwam tijdens publieke optredens flets over, was on the campaign trail veel minder vaak te zien dan zijn rivalen en wist niet zo'n effectief campagneteam samen te stellen als veel van zijn rivalen.

De oud-vicepresident wist het tij vorige week te keren met een grote overwinning in South Carolina. Nu is het de vraag of hij dat momentum kan vasthouden. Biden rekent vooral op zijn steun onder zwarte Amerikanen, die ongeveer een derde van het totale Democratische electoraat vormen.

Twee kandidaten kunnen de hoop op een dramatische ommekeer inmiddels wel opgeven. Elizabeth Warren probeert in de race te boven tot de Democratische conventie in juli. Als dat een gevecht tussen Biden en Sanders wordt, kan zij zich positioneren als alternatief. Tulsi Gabbard uit Hawaii doet ook nog steeds mee, hoewel ze in de peilingen geen deuk in een pakje boter slaat.

Wie gaat er vandoor met Californië en Texas?

De meeste aandacht gaat dinsdag uit naar de twee grootste staten waar dinsdag wordt gestemd, omdat daar veruit de meeste gedelegeerden worden verdeeld: Californië (494) en Texas (262).

In die eerste - en veruit belangrijkste - staat heeft Sanders in de meeste peilingen een voorsprong van 10 tot 20 procentpunten op Biden en Bloomberg. In de peilingen uit Texas heeft hij ook een voorsprong, maar die is aanmerkelijk kleiner.

In de landelijke peilingen loopt Biden, die in de afgelopen maanden een steile duikeling had ingezet, weer aardig op Sanders in, met respectievelijk 21,3 en 27,5 procent op dinsdag. Mike Bloomberg staat met enige afstand op drie, met 15 procent.