De Syrische burgeroorlog lijkt na bijna een decennium in z'n laatste fase te zijn beland. Het Syrische regeringsleger stoomt op in het laatste grote rebellenbolwerk, de provincie Idlib. Daar zijn Syrië en bondgenoot Rusland niet alleen tegenover deze rebellen komen te staan, maar ook tegen buurland Turkije. Drie vragen over de situatie in Idlib.

Hoe kwam het Syrische regeringsoffensief in Idlib tot stand?

Idlib is de vierde en laatste van de zogeheten 'de-escalatiezones' die in 2017 werden ingesteld door Rusland, Iran en Turkije. Het is het laatste grote bolwerk van de Syrische rebellen.

De andere drie (Oost-Ghouta, in de buurt van de hoofdstad Damascus, de zuidelijke provincies Deraa en Quneitra, en een deel van de provincie Homs) werden binnen een jaar heroverd door het Syrische regeringsleger. Rebellenstrijders en burgers die niet wilden blijven, kregen een vrije doorgang naar Idlib.

De opmars van het Syrische leger naar die provincie werd tijdelijk gestuit door een akkoord tussen Rusland en Turkije, die Idlib in 2018 uitriepen tot 'gedemilitariseerde zone'.

Van de deal tussen Ankara en Moskou kwam echter niet veel terecht. De rebellengroepen weigerden zich aan de voorwaarden te houden, ondanks pogingen van Turkije om hen te overtuigen. Ook legden de Russen het Syrische leger geen strobreed in de weg wanneer dat de 'gedemilitariseerde zone' aanviel.

Op 19 december 2019 lanceerde de Syrische regering een nieuw offensief ter verovering van Idlib en delen van de aangrenzende provincie Aleppo. Het Syrische regeringsleger wordt daarbij gesteund door Rusland en Iran, terwijl Turkije aan de kant van de rebellen staat.

Wat staat er op het spel voor Turkije?

Als Idlib valt, is de Syrische oppositie kapotgespeeld en zal die waarschijnlijk geen rol meer spelen bij onderhandelingen over de toekomst van Syrië na een decennium van burgeroorlog. Dat zou pijnlijk zijn voor Turkije, dat de rebellen al jaren steunt en met hun nederlaag ook geen stem meer zou hebben in dat proces.

Dan zijn er nog de vluchtelingen. Sinds de start van het regeringsoffensief in Idlib zijn volgens de VN al meer dan 900.000 mensen op de vlucht geslagen. In totaal worden ongeveer drie miljoen burgers bedreigd door het geweld. Er verblijven al zo'n 3,6 miljoen Syrische vluchtelingen in Turkije, waar weinig draagvlak is om nog meer van hen op te vangen.

De Turkse strijdkrachten hebben een aantal observatieposten in Idlib en rond die posten wordt ook gevochten. In de afgelopen weken werden vijftien Turkse soldaten gedood door het Syrische leger. De publieke druk op de regering-Erdogan om de offers te vergelden en geen van de posten op te geven, is groot.

Erdogan heeft een ultimatum afgekondigd: het Syrische leger moet zich voor het einde van februari in oostelijke richting terugtrekken uit Idlib. Heeft Damascus daar geen boodschap aan, "dan zal Turkije dat klusje zelf moeten klaren".

Zal het de Turken lukken de Syrische rebellen in Idlib te redden?

Rusland is het grootste struikelblok voor de harde koers van Erdogan. Militaire deskundigen geven Turkije niet veel kans op een beslissende overwinning in een direct conflict met Syrië, vooral omdat de Russen daar een geavanceerd raketsysteem voor luchtafweer hebben gestationeerd.

Daarnaast zijn de economische belangen groot. Nadat het Turkse leger in 2015 in de buurt van de Turks-Syrische grens een Russische straaljager neerschoot, stelde Moskou een importverbod in op Turkse goederen. Dat was een zware klap voor de Turkse economie, die Erdogan dwong zijn excuses aan te bieden aan het Kremlin.

Sindsdien zijn de banden nauwer geworden; de twee landen bedrijven jaarlijks voor zo'n 23 miljard euro aan handel met elkaar en Rusland stoomt Turkije klaar als knooppunt voor de doorvoer van aardolie en gas naar Zuidoost-Europa. Ankara heeft bovendien - tot ontsteltenis van de NAVO-bondgenoten - een Russisch raketsysteem aangeschaft (hetzelfde dat in Syrië wordt ingezet).

Turkije hoopt Rusland te kunnen losweken van zijn bondgenoot in Damascus, maar Moskou toont zich daar vooralsnog niet ontvankelijk voor.

Ankara hengelt daarom ook naar Amerikaanse steun. De VS en de NAVO vinden dat er moet worden ingegrepen in Idlib, meldde Turkije vorige week. Een woordvoerder van het Pentagon ontkende dat snel: "Er is geen dergelijke overeenkomst gesloten."

De Amerikaanse president Donald Trump riep Rusland afgelopen week wel op het regime van de Syrische president Assad niet langer te steunen en bombardementen op burgers in Idlib te stoppen.

De bevolking van Idlib is massaal op de vlucht geslagen, maar kan geen kant op. Inwoners vluchten massaal naar de grens met Turkije. Een enorme humanitaire ramp dreigt. Meer daarover lees je zondag op NU.nl.