De nabestaanden van de mannen die zijn omgebracht na de val van Srebrenica, hebben vrijdag het oordeel van de Hoge Raad gehoord in de zaak die draait om de aansprakelijkheid van de Nederlandse Staat. Ze staan bekend als de 'Moeders van Srebrenica'. Dit moet je weten over de zaak.

Op 11 juli 1995 vielen Bosnisch-Servische eenheden onder leiding van generaal Ratko Mladic de Oost-Bosnische stad Srebrenica binnen. De enclave stond onder bescherming van het Nederlandse VN-bataljon Dutchbat.

De gebeurtenissen vóór de val van de enclave in het kort.

In 1991 valt Joegoslavië uiteen in oorlog.

Een jaar later, in 1992, zijn de Verenigde Naties betrokken bij de oorlog en heeft Bosnië zich onafhankelijk verklaard. Na aanhoudende gevechten ontstaan er in het oosten van Bosnië moslimenclaves, waaronder Srebrenica. In april 1993 wordt deze enclave door de VN uitgeroepen tot 'veilige haven'.

Nederland biedt hulp aan bij de VN.

Defensie draagt een bataljon aan voor de bescherming van Srebrenica. In maart 1994 nemen Nederlandse blauwhelmen van Dutchbat het stokje over van hun Canadese collega's die de enclave tot dan toe beschermden. In januari arriveert Dutchbat III onder leiding van kolonel Thom Karremans in de enclave.

Bosnisch-Servische troepen voeren aanvallen uit.

In het voorjaar van 1995 rukken de Bosnisch-Servische eenheden van Mladic steeds verder op richting de enclave. De troepen nemen onderweg VN-militairen in gijzeling, onder wie ook Nederlanders. De bevoorrading van Srebrenica verloopt steeds problematischer, maar vier verzoeken voor luchtsteun worden ondanks toezeggingen van de VN niet gehonoreerd.

Als de verwachte luchtaanvallen in de ochtend van 11 juli uitblijven, trekt Mladic de enclave in. De Nederlandse blokkade maakt geen indruk op de oprukkende troepen. Tijdens de aanval wordt geen enkel gericht schot op de Serviërs afgevuurd. Karremans wordt 's avonds ontboden door Mladic.

Duizenden moslimmannen proberen via de bossen te vluchten naar het Nederlandse basiskamp Potocari of de stad Tuzla, 50 kilometer ten noordoosten van Srebrenica. De meesten worden echter in de bossen en bergen gepakt door de Bosnische Serviërs.

Duizenden mannen worden afgevoerd en vermoord.

In de dagen daarna scheiden de troepen van Mladic de mannen van de vrouwen. Onder het toeziend oog van de Nederlandse blauwhelmen worden de overgebleven mannen vervolgens 'geëvacueerd' en afgevoerd naar een onbekende bestemming. Dutchbat heeft meegewerkt aan deze 'evacuatie'.

Op 21 juli verlaten de Dutchbatters Srebrenica. Geruchten over massamoord doen dan al de ronde. Later worden massagraven gevonden met de lichamen van de geëvacueerde moslimmannen.

De schattingen over het aantal slachtoffers lopen uiteen van 7.500 tot 8.400. Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) spreekt van 7.500 vermiste moslims die vrijwel allemaal zijn omgekomen. Ruim zesduizend van hen zijn vermoord tijdens massa-executies.

Het Internationale Gerechtshof en het Joegoslavië-Tribunaal hebben beide geoordeeld dat in Srebrenica sprake was van genocide.

In 1996 doet het NIOD onderzoek naar de rol van Dutchbat III bij de val.

Drie jaar later verschijnt een VN-rapport waarin wordt geconcludeerd dat de Nederlandse blauwhelmen geen schuld hebben aan de genocide.

In 2002 wordt het rapport van NIOD gepubliceerd waaruit blijkt dat de missie niet zorgvuldig was voorbereid. Er zou een onhelder mandaat zijn en de strategie was onduidelijk. Drie dagen na het verschijnen van het rapport valt het kabinet-Kok II. Volgens Wim Kok is Nederland wel medeverantwoordelijk, maar heeft het geen schuld aan het drama.

Volgens Joris Voorhoeve, destijds de verantwoordelijke minister, werden de verzoeken tot luchtsteun genegeerd vanwege een geheime afspraak tussen Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. Naar aanleiding van die uitspraken in 2015, houdt het NIOD opnieuw een bronnenonderzoek naar de val van Srebrenica.

Nederland is deels aansprakelijk voor de deportatie van ruim driehonderd moslimmannen na de val van Srebrenica.

Dat bepaalt de rechtbank in 2014 en wordt nog eens bevestigd in hoger beroep in 2017. Het gerechtshof in Den Haag oordeelde dat de Staat voor 30 procent van de geleden schade aansprakelijk is, omdat de kans aanzienlijk was dat de overgebleven mannen anders alsnog waren ontdekt en omgebracht.

Dutchbat had volgens het hof moeten weten wat er met de mannen en jongens zou gebeuren. De paspoorten van de slachtoffers waren immers afgepakt en op een hoop gegooid.

De Staat is in cassatie gegaan. Dit betekent dat de Hoge Raad zich buigt over het vraagstuk of het oordeel van het gerechtshof goed tot stand is gekomen. De 'Moeders van Srebrenica' hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld, wat betekent dat als de Staat in het gelijk wordt gesteld, de Hoge Raad ook naar hun cassatieklachten moet kijken.

Advocaat-generaal: 'Nederlandse Staat onterecht aansprakelijk gesteld'

De advocaat-generaal heeft enige tijd geleden het advies uitgebracht de Nederlandse Staat niet aansprakelijk te stellen voor wat er is gebeurd. Dutchbat had niet kunnen weten dat de slachtoffers hun dood tegemoet gingen, zo is gesteld. Ook adviseert de advocaat-generaal de cassatie van de nabestaanden te verwerpen.

De Hoge Raad hoeft niets te doen met dit onafhankelijke advies. Rond 10.00 uur wordt bekendgemaakt wat de Hoge Raad heeft besloten.