Het Openbaar Ministerie (OM) wil dat het gerechtshof in Arnhem Michael P. vrijdag veroordeelt voor moord in plaats van gekwalificeerde doodslag. Waarom ziet justitie in hoger beroep wel genoeg bewijs voor een vooropgezet plan om Anne Faber te verkrachten en om het leven te brengen?

Het verschil tussen moord en gekwalificeerde doodslag zit 'm in het wel of niet hebben van een vooropgezet plan, ofwel: doodde P. de 25-jarige Faber omdat hij de verkrachting wilde verhullen, of had hij een vooropgezet plan om haar te doden?

De advocaat-generaal (de officier van justitie in hoger beroep) denkt het tweede en betoogde op een regenachtige dinsdag bij het hof in Arnhem waarom.

Op de bewuste 29 september 2017 had P. gereedschap bij zich om te gaan klussen in een pand op het terrein van de kliniek in Den Dolder waar hij aan zijn terugkeer naar de maatschappij werkte. In de buddy van zijn scooter zaten tiewraps en in zijn tas zat een mes. Hij liet zijn toenmalige vriendin, die op dat moment zwanger van hem was, weten dat hij misschien minder bereikbaar zou zijn omdat zijn telefoon vreemd deed. Althans: dat is een deel van het verhaal dat P. tijdens eerdere zittingen heeft verteld.

Justitie heeft meerdere bewijsstukken aangevoerd

Het OM denkt hier anders over en voelt zich gesteund door meerdere bewijsstukken. Zo zou P. in de periode voor de dood van Faber hebben gevraagd hoe diep je moet graven om een lichaam te verbergen. Ook zou hij tijdens een fietstocht naar een hardloopster hebben gewezen en tegen een kennis gezegd hebben haar te willen "pakken", maar dat ze daarna wel "dood zou moeten". Deze kennis heeft zich pas na de veroordeling in de eerste aanleg bij de politie gemeld.

De advocaat-generaal vindt een mes en tiewraps "raar klusgereedschap" en denkt dat hij dit heeft meegenomen omdat hij wist dat hij iemand iets aan wilde gaan doen. Zijn telefoon had geen kuren, maar is bewust uit gezet zodat P. niet getraceerd kon worden, zo denkt het OM na onderzoek. Ook heeft P. volgens de ritreconstructie minutenlang stilgestaan op de plek waar Faber uiteindelijk langs zou fietsen; de advocaat-generaal denkt dat hij vooruit is gesneld met zijn scooter nadat hij eerder haar pad kruiste en haar heeft opgewacht.

Er lijken vaagheden in het verhaal van P. te zitten

Daarbij komt dat er in het verhaal van P. enkele vaagheden lijken te zitten; de man zegt haar kleding pas na het doorsnijden van haar keel te hebben weggenomen, maar er zat geen druppel bloed op het shirt van de jonge vrouw. Ook zijn Fabers waardevolle spullen, waaronder een kettinkje dat ze van haar vader had gekregen, nooit teruggevonden. P. zegt dat hij geen idee heeft waar deze spullen kunnen zijn.

Waar de officier van justitie in de eerste aanleg planmatigheid zag maar onvoldoende bewijs voor moord vond, is dit in het hoger beroep veranderd. Daarbij komt, zo betoogde het OM, dat P. genoeg tijd had om zich te bedenken tussen de verkrachting en de uiteindelijke dood van Faber. De advocaat-generaal heeft de strafeis wel hetzelfde gehouden: 28 jaar cel en tbs met dwangverpleging. Voor moord en gekwalificeerde doodslag geldt dezelfde maximale straf(eis).

Het hof heeft zich de afgelopen weken gebogen over het standpunt van het OM en het standpunt van de verdediging, die onder meer aanhaalt dat de getuigen die verklaringen hebben afgelegd onbetrouwbaar zijn. Ook zou P. wel degelijk hebben geklust met het mes dat hij in zijn tas had zitten.

De uitspraak wordt vrijdag om 13.30 uur door het hof gedaan.