De natuur en het bedrijven van landbouw gaan niet altijd hand in hand. Als de natuur een tik krijgt, wordt er vaak met de beschuldigende vinger naar boeren gewezen. Dat het ook anders kan, toont Arie van Oosterom aan in Woerdense Verlaat. Zijn "natuurinclusieve" manier van landbouw bedrijven wordt aangemoedigd door minister Carola Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit).

Als Arie van Oosterom, veehouder in het Groene Hart, de slootkant op zijn weiland nadert, schieten de zwarte sterns de lucht in. Ze krijsen dreigend, omdat Van Oosterom het nest met hun jongen nadert.

Soms duiken ze uit bescherming van hun jongen zelfs naar beneden en scheren over de kruin van Van Oosterom, maar dat laten ze nu na. "Ze zouden me juist dankbaar moeten zijn", lacht Van Oosterom.

Wat dankbaarheid van de zeldzame vogel - Nederland telt zo'n twaalfhonderd zwarte sterns - zou inderdaad op zijn plaats zijn. Van Oosterom doet er alles aan om met zijn melkveebedrijf in Woerdense Verlaat de natuur niet in de weg te zitten.

Arie van Oosterom op zijn perceel.

'Voorbeeldboer van de minister'

"Eigenlijk is hij een van de voorbeeldboeren van minister Carola Schouten", glimlacht Koen Fousert, boswachter van Staatsbosbeheer in het gebied waar Van Oosterom zijn boerderij heeft.

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hamerde er dinsdag op dat in de landbouw duurzamer gewerkt moet worden. Daarnaast moeten boeren meer denken aan de natuurbelangen.

Staatsbosbeheer is samen met het ministerie een samenwerking aangegaan om veertig boeren door heel het land te zoeken die over willen stappen naar zogeheten natuurinclusieve landbouw.

"Als een boer overstapt op natuurinclusieve landbouw heeft hij, om rendabel te kunnen opereren, meer grond nodig", legt Staatsbosbeheer-woordvoerder Marcel van Dun uit. "Die extra natuurgrond kan hij op verschillende manieren pachten van Staatsbosbeheer."

"In ruil daarvoor worden met de boer afspraken gemaakt over activiteiten die de natuurinclusieve agrarische bedrijfsvoering ondersteunen en tegelijkertijd de biodiversiteit op al zijn landbouwgrond vergroten", vervolgt Van Dun. "Het resultaat is uiteindelijk dat de biodiversiteit op boerengrond in de buurt van natuurgebieden kan toenemen."

De kievit is een van de weidevogels die profiteert van het langere gras. (Foto: NU.nl/René Vencken)

Weidevogels profiteren van mozaïekjes

Van Oosterom is een van die boeren. De grens tussen Zuid-Holland en Utrecht loopt dwars door het perceel waar hij zijn koeien houdt. Recreatiegebieden als de Vinkeveense en Nieuwkoopse Plassen zijn niet ver weg. De roep van kieviten en grutto's is onmiskenbaar te horen, totdat geronk van een Boeing die overstemt, want ook Schiphol is dichtbij.

Zelf heeft Van Oosterom 50 hectare land. Daarnaast pacht hij 42 hectare van Staatsbosbeheer. Staatsbosbeheer en de veehouder zorgen er samen voor dat het op de graslanden voor weidevogels goed toeven is.

Dat kan doordat Van Oosterom allerlei mozaïekjes heeft gecreëerd. Sommige stukken weiland zijn kort gemaaid, maar op de meeste plekken staat het gras hoger dan gebruikelijk en ook de slootkanten zijn niet gemaaid.

Prettig voor de kievit, scholekster, tureluur en grutto, legt boswachter Fousert uit. "Kuikens van weidevogels moeten beschutting hebben, waarin ze kunnen schuilen. Daarnaast trekt de kruidenrijke vegetatie insecten aan, waarmee de jongen zich voeden."

"Het is weleens ingewikkeld om pas zo laat voor het eerst te maaien", aldus boer Arie van Oosterom.

'Het is weleens ingewikkeld, ja'

Het is soms lastig dat Van Oosterom het maaien uitstelt, erkent hij. "Collega's beginnen nu aan hun tweede keer maaien van het jaar. Terwijl ik dat voor de eerste keer doe. Het is weleens ingewikkeld, ja."

Het later maaien is niet het enige dat Van Oosterom voor de weidevogels doet. Hij maakt ook gebruik van een potstal, waar de mest van de koeien niet wordt opgevangen in een traditionele gierput, maar op de bodem van de stal wordt vermengd met stro. Dat zorgt er volgens hem voor dat veel organische stoffen in de mest komen, waarvan de bodem van de weilanden uiteindelijk profiteert.

Van Oosterom maakt ook geen gebruik meer van kunstmest. "Die zorgt ervoor dat gras heel snel gaat groeien", legt hij uit. "Dat zou betekenen dat ik heel snel moet gaan maaien en voor de weidevogels is dat niet handig."

Voor de zwarte sterns heeft Van Oosterom vlotjes in de slootjes laten leggen. Daar kunnen ze redelijk beschut hun nesten op maken. Van nature doet de zwarte stern dat in de beschutting van de waterplant krabbescheer, maar die is de laatste jaren afgenomen in de Nederlandse natuur.

Hoger inkomen dan met traditionele veehouderij

Van Oosteroms veehouderij - hij heeft 75 koeien en wat jong vee - is ook energieneutraal, dankzij de tientallen zonnepanelen die op het dak van zijn stal liggen.

Daarmee helpt hij de natuur, maar Van Oosterom moet natuurlijk zelf ook rond kunnen komen. Volgens hem lukt dat beter dan toen hij nog een traditionele veehouderij had. "Mijn melkproductie is weliswaar gezakt. Mijn koeien geven gemiddeld 7.500 kilo melk per jaar, waar dat bij andere boeren misschien wel 10.000 kilo per jaar is. Maar doordat ik verschillende subsidies krijg, kan ik prima rondkomen."

Van Oosterom krijgt bijvoorbeeld een beheerderssubsidie van de provincie omdat zijn eigen grond natuurgrond is geworden. Die natuurgrond is minder waard dan landbouwgrond, wat hem een afwaarderingssubsidie oplevert.

De zonnepanelen op de stal van Arie van Oosterom.

'Beleid aanpassen op waar weidevogels broeden'

Collega-boeren zeggen weleens tegen hem dat hij makkelijk praten heeft met "al die grond". "Maar ik heb in 2015 wel mijn nek uitgestoken en ben die weg ingeslagen", weerlegt Van Oosterom die kritiek. "Toen zeiden die collega's ook dat ik gek was dat ik met Staatsbosbeheer en de overheid in zee ging. Volgens hen waren dat partijen die niet te vertrouwen waren."

"En ja, natuurlijk heb ik veel grond en daardoor heb ik veel gras dat als hooi wordt doorverkocht, maar dat is wel nodig om flexibel te zijn. In het voorjaar weet je wel ongeveer waar de weidevogels gaan broeden, maar je kan die beesten natuurlijk niet precies vertellen waar ze moeten zitten. Daar pas je je beleid op aan", legt Van Oosterom uit.

"Nee, zoals het nu gaat zou ik niet terug willen naar de oude manier", zegt hij vastberaden. "Deze manier van landbouw bedrijven bevalt me heel goed. Ik stel de landbouw in dienst van de natuur."