Van de geallieerde troepen is algemeen bekend wat ze deden op D-day en waarom ze dat deden. Maar hoe reageerden de Duitsers eigenlijk op de invasie in Normandië in 1944? En hoe goed waren ze voorbereid?

In Normandië zijn op het moment van de landingen vier Duitse infanteriedivisies (normaal gesproken bestaande uit tienduizend tot twintigduizend man) gestationeerd, waarvan er twee statisch zijn. Een snelle verplaatsing om elders een invasie tegen te gaan, zit er voor die troepen niet in. Het is hun taak om aan de kust te blijven en het vuur te openen in het geval van een invasie. Terugtrekken is geen optie.

Veel van de troepen die de kustlijn bemannen, zijn Ostbataillonen. Eenheden die uit voormalige Sovjetkrijgsgevangenen bestaan. Maar de Duitsers hebben ook twee divisies van betere kwaliteit en een tankdivisie in de regio.

Uiteraard is er ook nog de Atlantikwall, een keten van bunkers en fortificaties aan de kust, langs een route van 3.200 kilometer van Noorwegen tot de Golf van Biskaje. In totaal zijn er vijftienduizend bunkers, gemaakt van bij elkaar 1,2 miljoen ton staal en 17 miljoen kubieke meter beton.

In Duitse propagandafilms wordt de Atlantikwall als ondoordringbaar neergezet, maar in deze filmpjes is wel telkens dezelfde imposante batterij bij Cap Gris-Nez te zien. Niet overal is de Atlantikwall even waterdicht.

Obstakels op de Franse stranden (Foto: Getty)

Mijnen, bunkers en obstakels

Generaal Erwin Rommel laat in 1943 miljoenen mijnen leggen, extra bunkers bouwen en de stranden vullen met obstakels. Deze taak is in juni 1944 nog lang niet voltooid. Omdat de Duitsers niet weten wáár de invasie gaat plaatsvinden, kan geen strookje kust worden overgeslagen. Het lukt de Duitsers nooit om dat voor elkaar te krijgen.

Verder zijn er in totaal tien tankdivisies om Frankrijk te verdedigen, wat leidt tot een discussie tussen Rommel en het hoofdkwartier. Rommel wil de divisies dicht bij de kust stationeren, omdat hij weet dat verplaatsen overdag met alle geallieerde vliegtuigen in de lucht te risicovol is. Maarschalk Gerd von Rundsted wil ze juist op een centrale plaats, om van daaruit aan te vallen. Uiteindelijk worden de divisies verdeeld, wordt er maar één geplaatst in Normandië en komen vier van de tien eenheden in tactische reserve. Die mogen alleen met toestemming van Adolf Hitler zelf worden ingezet.

Het is slechts een van de recepten voor de Duitse chaos op 6 juni 1944, als luchtlandingstroepen neerdalen en de invasievloot voor de Normandische kust verschijnt.

Generaal Erwin Rommel bekijkt de kustverdediging (Foto: Getty)

Duitse legerleiding wordt totaal verrast

Gold, Juno, Sword, Omaha en Utah zijn de vijf codenamen van de geallieerde invasiestranden over een kuststrook van 80 kilometer. Op Gold, Sword en Utah verlopen de landingen vrijwel vlekkeloos. Op Juno raken de Canadezen in de problemen, maar het gaat echt fout op Omaha Beach, waar de Amerikanen in de ochtenduren bijna vierduizend man verliezen. De troepen op Omaha Beach hebben de pech een van de twee reguliere Duitse infanteriedivisies in de hele regio te treffen.

Maar ondanks de slachting die ze aanrichten, hebben de Duitse troepen geen middelen voor een tegenaanval. Ze hebben geen tanks en vliegtuigen om de Amerikanen terug de zee in te drijven.

De landing komt als een complete verrassing voor de Duitsers, mede door de slechte weersvoorspellingen. Rommel is zelfs in Duitsland om de verjaardag van zijn vrouw te vieren. Veel hoge officieren zijn in Rennes om invasiestrategieën na te bootsen. Hitler slaapt op de ochtend van de invasie en niemand durft hem wakker te maken, De tankdivisies die in reserve staan, kunnen dus ook niet worden ingeschakeld. Generaal Wilhelm Falley hoort onderweg naar Rennes de geallieerde vliegtuigen en keert om. Als Falley bij het hoofdkwartier is aangekomen, wordt hij door Amerikaanse luchtlandingstroepen doodgeschoten.

Bewegen overdag is levensgevaarlijk

Mede door de afwezigheid van veel hoge officieren is de Duitse tegenreactie in eerste instantie een chaos. Zo wordt de enige reserve-eenheid, Kampfgruppe Meyer, tijdens de luchtlandingen in de nachtelijke uren wel gemobiliseerd, maar ook de verkeerde kant op gestuurd.

Als zijn eenheid goed en wel in de juiste richting is gedirigeerd, zijn de geallieerde jachtbommenwerpers of jabo's, zoals de Duitsers ze noemen, al in de lucht. Bewegen wordt voor grote eenheden levensgevaarlijk. Een echte tegenaanval komt nooit van de grond.

Hawker Typhoons, jachtbommenwerpers van de Britse Royal Air Force (Foto: Getty)

De 21e Tankdivisie slaagt wel er wel in om een wig te drijven tussen Juno Beach en Sword Beach. Daar aangekomen, worden de tanks van beide kanten bestookt door de Britten en Canadezen.

Vanuit de lucht slaan de geallieerde jachtbommenwerpers onafgebroken toe. Duitse vliegtuigen zijn nauwelijks in de lucht die dag. Er worden door de Luftwaffe slechts een paar missies gevlogen, zonder merkbaar effect. De geallieerden kunnen in het luchtruim doen wat ze willen. De tankdivisie dreigt omsingeld te raken en trekt zich uiteindelijk maar terug. Toch voorkomen de tanks die dag dat de grootste Britse doelstelling - het veroveren van de stad Caen - slaagt.

Duitse soldaten liggen dood naast hun 'half-track' (Foto: Getty)

Surplus aan manschappen en materieel

De Duitsers worden op 6 juni 1944 vooral overvallen door een plotselinge aanval van een veel sterkere vijand. Een met een surplus aan manschappen en materieel. Veel Duitse troepen zijn bovendien in de regio Calais. De geallieerden hebben middels een listige misleidingscampagne ervoor gezorgd dat de Duitsers - en dan vooral Hitler - zelfs tot na de invasie in Normandië denken dat 'de ware invasie' nog gaat gebeuren bij Calais.

Het duurt mede daarom nog dagen voor significante Duitse versterkingen arriveren in Normandië. Als dat gebeurt, is de kans om de geallieerden terug in zee te dringen al verkeken.

Bronnen: National Museum of World War II, Imperial War Museum, BBC