Elk jaar licht de Inspectie van het Onderwijs het Nederlandse onderwijs door en de resultaten daarvan staan in de Staat van het Onderwijs. In gesprek met NU.nl waarschuwt inspecteur-generaal Monique Vogelzang voor een verdere daling van het prestatieniveau van leerlingen.

Hoe staat het Nederlandse onderwijs ervoor?

"Gemiddeld genomen concluderen we dat ons onderwijs nog voldoende op niveau is. Heel veel leerlingen halen hun diploma op het niveau dat verwacht mag worden. Ook doen een hoop leerlingen het goed in het vervolgonderwijs. Daar mogen we trots op zijn en dat willen we vasthouden."

"Er is echter ook een maar. We zien dat de druk op het onderwijs toeneemt. We zien dat over een periode van vijftien tot twintig jaar het prestatieniveau van leerlingen daalt of stagneert. De prestaties dalen vooral bij hoger presterende leerlingen en een groeiende groep lager presterende leerlingen. Daarnaast zien we de sociaal-economische segregatie in het onderwijs toenemen. Het toenemende lerarentekort zet deze ontwikkelingen verder onder druk."

Wat zegt dat over het onderwijs in Nederland?

"Dat we heel goed zijn in het gemiddelde vasthouden. Tegelijkertijd wordt er door het onderwijs heel veel energie gestoken in vernieuwingen, waarvan je zou verwachten dat die juist leiden tot beter onderwijs voor leerlingen en studenten."

"We hebben dit jaar al die vernieuwende concepten en profielen voor scholen op een rijtje gezet en zien een enorme groei van die vernieuwingen in de afgelopen twintig jaar. Maar het is in veel gevallen onduidelijk wat het doel is van zo'n vernieuwing of verandering. Verbetert het de aansluiting op de arbeidsmarkt? Of versterkt het vooral de concurrentiepositie van de opleiding of school? Doelen ontbreken en er wordt beperkt geëvalueerd. Hierdoor leren scholen onvoldoende wat wel en niet werkt en die kennis wordt meestal niet gedeeld met collega's in het land. De vraag is dus welke bijdrage deze vernieuwingen leveren aan verbetering van het onderwijs."

Kunt u het antwoord geven op die vraag?

"Laat ik een voorbeeld geven. Als we kijken naar de hoogpresteerders, waar ik het zojuist over had, in dit geval hoogbegaafde leerlingen, dan zien we dat daar door veel scholen van alles voor wordt georganiseerd. Soms worden deze leerlingen in aparte klassen aan het schaken gezet, andere scholen sturen ze vast naar het vervolgonderwijs voor wat lesjes en soms zitten ze zelfstandig op de gang pluswerk te doen, zonder instructie en begeleiding. Het is maar de vraag hoe effectief dat is, want ondanks al deze goedbedoelde inspanningen blijft het percentage toppresteerders dalen en hebben we er steeds minder."

Dat klinkt alsof we het talent van leerlingen niet ten volle benutten.

"Niet alle leerlingen worden uitgedaagd om de capaciteit die ze hebben te benutten. We laten inderdaad talent liggen in Nederland en dat hoeft niet, want we hebben het gewoon in huis."

“Ondanks goedbedoelde inspanningen blijft het percentage toppresteerders dalen.”
Monique Vogelzang, Inspectie van het Onderwijs

Op wat voor manier is het verliezen van talent te voorkomen?

"Het is prima dat leerlingen extra taken krijgen, maar uiteindelijk wil je ook resultaat zien en weten of dat ook tot betere prestaties leidt. Daarom moet continu met de leerling bekeken worden: zorgen die extra tijd en energie ook voor hogere prestaties die je verwacht? Het belangrijkste is dat je die doelen stelt met de leerling en dat je dat blijft analyseren en in kaart brengt."

In hoeverre is het lerarentekort van invloed op de kwaliteit van het onderwijs?

"Dat kunnen we nu nog niet zeggen. Dat is nog niet terug te zien in de kwaliteit. Wel zien we dat sommige scholen heel veel moeite hebben om hun vacatures te vervullen. We zien dat scholen met een uitdagendere leerlingenpopulatie het lastiger hebben om vacatures te vervullen. Door het tekort kunnen leraren kiezen tussen scholen. Veel leraren denken: als ik ergens makkelijker les kan geven of woonruimte kan vinden, dan kies ik minder snel voor een uitdagende school. Dat doet natuurlijk iedereen op de arbeidsmarkt."

"Wel is het lerarentekort een punt van zorg voor ons. Want als het tekort langer aanhoudt, creëer je zwakkere plekken in het onderwijsstelsel. Scholen met een uitdagende leerlingenpopulatie hebben vaak wel de beste leraren nodig en hebben dus juist het meest te maken met het tekort. Daar zit iets heel scheefs in. We zijn er wel bang voor dat het uiteindelijk echt een risico gaat zijn voor de onderwijskwaliteit."

Scholen met een uitdagendere leerlingenpopulatie hebben meer moeite om vacatures op te vullen. (Foto: ANP)

De resultaten van de beter presterende leerlingen worden minder en de groep lager presterende leerlingen groeit. Dat zijn geen mooie berichten.

"Het is goed dat we in ieder geval in staat zijn om het gemiddelde niveau vast te houden, maar op bepaalde onderdelen zie je wel haarscheuren ontstaan. Die kunnen zich gaan verdiepen en dat willen we volgens mij niet. Ik vind het bijvoorbeeld onacceptabel dat we leerlingen laaggeletterd en laaggecijferd het onderwijs uit laten gaan. Dat mag gewoon niet, klaar. We moeten daarom een sterker fundament neerzetten en daarvoor zijn scherpere keuzes nodig."

Is het onderwijsstelsel nog wel van deze tijd?

"De aansluitingen tussen verschillende niveaus wordt steeds ingewikkelder. Neem bijvoorbeeld het voortgezet onderwijs. Er zit een enorme overlap in de verschillende niveaus. Je ziet het dit jaar aan het hoger algemeen voortgezet onderwijs (havo, red.), waar het op eigenlijk alle onderdelen piept en kraakt. Er is tot nu toe gezegd: 'We kijken niet naar het stelsel.' Maar we zijn een beetje bang dat het continu niet naar het stelsel kijken ook een probleem kan worden. Misschien moeten we daar juist wél naar kijken als er problemen worden ervaren."

Is het onderwijs in Nederland klaar voor de toekomst?

"Dat wat we in handen hebben, is heel mooi. Maar die basis moeten we wel vast weten te houden."