De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV), de Inspectie Justitie & Veiligheid en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd hebben donderdag hun rapporten over de rol van organisaties in de zaak-Anne Faber uitgebracht. Lees hier de belangrijkste, vernietigende conclusies.

In het kort

  • P. is niet behandeld voor de zedenmisdrijven die hij heeft gepleegd
  • Hij kreeg te snel te veel vrijheden toegekend waarbij ook te weinig overlegd werd
  • De gemeente wist niet van de komst of het verlof van P.
  • Hij kon op het terrein drugs kopen en gebruiken

Organisaties hebben grove fouten gemaakt in behandeling Michael P.

Zowel FPA Utrecht (voorheen Aventurijn) als de gevangenis in Vught heeft grove fouten gemaakt als het om het detentietraject van Michael P. gaat. De man kreeg elf jaar cel voor het bruut verkrachten van twee minderjarige meisjes in 2010, maar werd onvoldoende behandeld voor deze zedenmisdrijven.

Tijdens zijn detentie werd hij vooral behandeld voor zijn drugsgebruik en agressieproblemen, maar niet voor de zedendelicten. Toen P. in de kliniek in Den Dolder aan zijn terugkeer in de samenleving ging werken, werd hij ook hier niet behandeld naar aanleiding van de verkrachtingen die hij had gepleegd.

Dit heeft volgens de OVV twee oorzaken: P. wilde niet dat de gevangenis deze informatie zou overdragen aan de kliniek, en vervolgens heeft de kliniek zelf ook geen goede risicobeoordeling uitgevoerd, wat gezien zijn strafblad wel had gekund.

Kliniek gaf P. te veel vrijheden zonder reden

De 28-jarige man kreeg vanaf zijn aankomst in de kliniek stapsgewijs veel vrijheden toegekend. Zo mocht hij een avondopleiding volgen en zonder begeleiding het terrein verlaten. De inspecties stellen dat er niet altijd een zorgvuldige afweging is gemaakt in het toekennen van deze vrijheden.

De kliniek "kent geen gestructureerde werkwijze om te beoordelen of de uitbreiding van vrijheden wenselijk is". Er is geen goede risicotaxatie en er werd onvoldoende gecontroleerd of hij zijn afspraken wel nakwam. Ook Reclassering Nederland en het Openbaar Ministerie (OM) werden "onvoldoende betrokken" bij de besluitvorming. Verlof werd daarnaast ook niet altijd ter goedkeuring voorgelegd aan het ministerie van Justitie en Veiligheid, wat wel had moeten gebeuren.

Als gevolg van al het bovenstaande is het "veiligheidsrisico voor de samenleving onvoldoende ingeschat".

Gemeente was ook niet op de hoogte van komst en verlof P.

Een administratieve fout bij Justitie heeft ervoor gezorgd dat de gemeente Zeist niet op de hoogte was van de "plaatsing van P. en het daaraan gekoppelde verlof". Doorgaans wordt de komst van een zedendelinquent wel gemeld.

Instellingen zijn volgens de OVV echter terughoudend met het verstrekken van informatie, waardoor de gemeente weinig zicht had op de veiligheidsrisico's.

P. tijdens verblijf in gevangenis ook betrokken bij incidenten

De inspecties melden dat er tijdens het verblijf van P. meerdere incidenten hebben plaatsgevonden. Zo liet hij in oktober 2014 weten dat hij een medegedetineerde wilde aanvallen. Eerder zei hij al dat hij niet zou schromen iemand "een klap te verkopen" als er werd gepraat over zijn zedenmisdrijven, waarvan enkele gedetineerden op de hoogte zijn.

Hij werd toen afgezonderd in zijn eigen cel. Dat gebeurde in december 2015 weer. In juni 2016 volgde eenzelfde maatregel, omdat hij niet naar het personeel luisterde.

In september van dat jaar vond "een incident" in de doucheruimte plaats. Een gedetineerde raakte gewond aan zijn oog en wees P. als dader aan. Hij ontkende betrokkenheid, maar op camerabeelden was wel te zien dat hij de ruimte verliet. Later bekende P. alsnog, maar er volgde geen disciplinaire maatregel.

Onbegeleid verlof een ruime maand na zijn komst in kliniek

In januari 2017 werd P. na positief advies van Vught overgeplaatst naar de kliniek. Nog voordat hij daadwerkelijk arriveerde, werden hem vrijheden toegekend, zoals begeleide uitstapjes naar het dorp.

Een ruime maand na zijn komst mocht P. op onbegeleid verlof. Dit gebeurde in maart 2017. Er werd verder gewerkt aan het uitbreiden van zijn vrijheden.

OVV: Onwenselijk dat sommige gesprekken niet een-op-een konden

Volgens de Onderzoeksraad kon met "heel veel personen" van de kliniek niet een-op-een gesproken worden, omdat er een leidinggevende bij zat.

"De Raad vindt dit onwenselijk omdat dit mogelijk het vrijuit spreken belemmert, en daarmee van invloed kan zijn op het onderzoek." De kliniek laat aan NU.nl weten dat dit aan de medewerkers van de kliniek was aangeboden omdat het een "behoorlijke emotionele belasting" met zich meebracht.

"Men was volledig vrij om er een collega bij te betrekken", aldus de kliniek.

P. kocht cocaïne op terrein van de kliniek

Een paar dagen na de dood van Faber, die op dat moment nog niet gevonden was, gaf P. toe cocaïne te hebben gekocht op het terrein van de kliniek. Hij had de drug vervolgens op zijn kamer gebruikt, vertelde hij. Ook was hij naar Amsterdam gegaan om prostituees te bezoeken.

De kliniek gaf aan het als eenmalig incident te zien en vond dat hij op de open afdeling van de kliniek mocht blijven. Hij krijgt na overleg van verschillende instanties wel een officiële waarschuwing.

Op 9 oktober werd P. aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de verdwijning van de 25-jarige Faber. Er werd nog even gehoopt dat ze in leven was en P. de politie naar haar verblijfplaats kon leiden, maar op 12 oktober vonden de rechercheurs haar lichaam op aanwijzing van de man in Zeewolde.