Volgens informatie van de Nederlandse en buitenlandse inlichtingendiensten is Iran verantwoordelijk voor de liquidaties van Ali Motamed (Almere, 2015) en Ahmad Mola Nissi (Den Haag, 2017). Wat weten we over de politieke moorden op ons grondgebied?

Het is een koude dinsdagochtend op 15 december 2015 als de 56-jarige Iraanse Motamed bij zijn witte bedrijfsbusje staat. Het voertuig is geparkeerd buiten zijn woning in de Hendrik Marsmanstraat in Almere. 

De man heeft in de jaren negentig een verblijfsvergunning gekregen in Nederland en leidt hier klaarblijkelijk een rustig bestaan. Hij is getrouwd, verdient zijn geld als elektromonteur bij een groot energiebedrijf en heeft een zoon gekregen.

Motamed staat bij collega's bekend als een harde en betrouwbare werker die "altijd zorgt dat hij op tijd is". "Al moet hij daar thuis meestal rond 6.45 uur de deur voor uit." Zijn zoon is net gestart met een studie aan een technische universiteit. 

De jongen is zeventien als zijn vader die bewuste doordeweekse ochtend rond 7.00 uur voor hun rijtjeswoning wordt neergeschoten. Motamed overlijdt uiteindelijk in het ziekenhuis.

Motief voor moord lange tijd onduidelijk

De politie bekijkt lange tijd mogelijke motieven en kan al gauw melden dat de man "geen bekende was van de politie". Was hij mogelijk betrokken bij hennepteelt als medewerker van een energiebedrijf? Is hij aangezien voor iemand anders?

Al snel ontdekken agenten dat de man een tijd in de gaten is gehouden voordat hij uiteindelijk werd doodgeschoten. Een BMW met gedoofde lampen is meerdere keren in zijn buurt gezien.

Pas vorig jaar werd duidelijk dat Motamed eigenlijk Mohammad Reza Kolahi Samadi heette. In Iran was de man bij verstek veroordeeld tot de doodstraf voor zijn betrokkenheid bij een van de grootste bomaanslagen in het land ooit. Door de aanslag in 1981 kwamen meer dan zeventig leden van de republikeinse partij in Teheran om het leven. 

De politie arresteert in februari 2018 twee mannen die ervan worden verdacht de liquidatie van Motamed te hebben uitgevoerd. Justitie vermoedt dat ze zijn aangestuurd door anderen. 

Een woordvoerder van justitie laat aan NU.nl weten het signaal over de mogelijke betrokkenheid van Iran zelf te hebben onderzocht, maar dat hier geen bewijs voor werd gevonden. 

De weging van informatie ligt anders in het strafrecht, wordt uitgelegd. "Het is allereerst aan de AIVD om te beslissen of ze hun informatie willen verstrekken aan ons. En daarnaast is het nog de vraag of het strafrechtelijk toetsbaar is", aldus het Openbaar Ministerie (OM). 

'Simpel mannetje dat in de elektro werkt'

Het OM noemt al wel tijdens een zitting in de rechtszaak tegen de twee vermoedelijke uitvoerders dat uit berichtenverkeer blijkt dat ze "niet wisten en niet wilden weten wie ze gingen doden". 

"Ze lachen en spreken over een simpel mannetje, dat gewoon in de elektro werkt en een wit Eneco-busje rijdt, met een gezinnetje, alles." Op 1 februari is de volgende zitting in de zaak en in maart zal de inhoudelijke behandeling starten.

Ook staatssecretaris Mark Harbers (Justitie en Veiligheid) laat weten dat het ten tijde van de asielaanvraag van Motamed tot zijn liquidatie niet bekend was dat hij een andere identiteit had aangenomen.

De weduwe van de man zegt in mei 2018 al tegen Het Parool te vermoeden dat Iran achter de liquidatie van haar echtgenoot zit. Ze zegt zelf dat ze tot enkele jaren geleden niet wist wie haar man in werkelijkheid was. 

Twee jaar later volgt volgende moord 

Volgens de inlichtingendiensten maakt het Iraanse regime in 2017 een tweede slachtoffer op Nederlands grondgebied. 

Ook de Iraanse Ahmad Mola Nissi, al tien jaar in Nederland, wordt voor zijn woning doodgeschoten. Dit gebeurt op woensdagmiddag 8 november 2017, als de man met twee anderen naar zijn huis in de Jan van Riebeekstraat in Den Haag loopt.

De man is de leider van de Arabisch-Iraanse verzetsbeweging Arab Struggle Movement for the Liberation of Ahwaz (ASMLA). Zijn zoon en dochter melden al vrij snel dat ze zijn ondergedoken, omdat ze vrezen voor hun eigen veiligheid. De nabestaanden denken dat de Iraanse geheime dienst achter de liquidatie zit. 

Iran beschouwt de ASMLA als een terroristische organisatie. De militante tak is verantwoordelijk geweest voor meerdere bomaanslagen in Iran waarbij tientallen doden zijn gevallen. 

Nissi is in 1999 betrokken geweest bij de oprichting van de ASMLA. Aan EenVandaag laten zijn nabestaanden weten dat de man meerdere keren naar de politie is gegaan, omdat hij zich onveilig voelde. 

"Een paar jaar geleden vertelde een Iraanse kennis dat hij de opdracht had gekregen Nissi te vergiftigen. Ze gingen samen naar de politie. De opdracht kwam volgens de familie van het Iraanse regime", wordt opgetekend. 

Ook in Denemarken zou Iran in oktober 2018 geprobeerd hebben een ASMLA-leider om te brengen. Deze aanslag is verijdeld.

EU heeft sancties opgelegd aan Iran

Na informatie van de inlichtingendiensten heeft de EU sancties opgelegd aan twee Iraanse personen en de Iraanse militaire inlichtingendienst. Deze sancties houden in dat tegoeden en andere "financiële activa zijn bevroren".

Iran ontkent elke betrokkenheid.