PVV-leider Geert Wilders staat vanwege zijn 'minder Marokkanen'-uitspraken terecht voor groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie van en haat tegen Marokkanen. Een overzicht van de gebeurtenissen in deze zaak tot dusver.

Het is woensdagavond 19 maart 2014. De stemming onder de PVV'ers is euforisch. De prognoses van de gemeenteraadsverkiezingen tonen een positief beeld voor de partij van Wilders. Dit wordt later bevestigd door de officiële verkiezingsuitslagen.

Wilders wordt in Den Haag, waar de partij net als in Almere meedoet aan de raadsverkiezingen, met gejuich en applaus onthaald door PVV-aanhangers.

"We hebben niets gezegd wat niet mag, we hebben niets gezegd wat niet klopt", spreekt Wilders het publiek toe, nadat hij precies een week eerder zei dat Den Haag een "een stad met minder lasten en als het even kan wat minder Marokkanen" zou moeten worden.

De partijleider vervolgt zijn toespraak met een vraag aan het publiek: "Willen jullie in deze stad en in Nederland meer of minder Marokkanen?" De zaal antwoordt door "minder, minder, minder" te scanderen. "Nou, dan gaan we dat regelen", reageert de politicus.

Veel ophef over uitspraken van Wilders

De eerste uitspraak van Wilders, die hij deed tijdens een verkiezingscampagnebezoek aan het Haagse stadsdeel Loosduinen, leidt tot enige commotie in Nederland.

De vraag of Nederland meer of minder Marokkanen wil, veroorzaakt flink meer ophef. Premier Mark Rutte neemt diezelfde avond nog afstand van Wilders' uitlatingen. "Wat hij vanavond heeft gezegd, geeft mij een vieze smaak in de mond", verklaart de VVD'er.

In de weken na de raadsverkiezingen doen mensen massaal aangifte tegen Wilders. Niet alleen in Den Haag, maar ook in bijvoorbeeld Amsterdam en Utrecht. Op sociale media roepen mensen elkaar op naar het politiebureau te gaan.

In Nijmegen komt de oproep vanuit de politiek. Het college van burgemeester en wethouders kondigt aan aangifte tegen Wilders te doen en vraagt stadsgenoten dit voorbeeld te volgen. 

Op 24 maart 2014 loopt een stoet van 250 mensen, onder leiding van burgemeester Hubert Bruls en zes wethouders, naar een politiebureau in de Gelderse plaats. Uiteindelijk doen in heel Nederland bijna 6.500 mensen aangifte tegen Wilders.

'Ik ben niet te ver gegaan'

Ook vanuit de PVV klinkt enige kritiek. Zo besluiten Tweede Kamerleden Roland van Vliet en Joram van Klaveren vanwege de uitlatingen uit de PVV-fractie te stappen.

Wilders zegt niet aan zijn leiderschap te twijfelen en stelt te mogen zeggen wat hij vindt. "Ik ben niet te ver gegaan, geen woord verkeerd gezegd." Daarnaast laat Wilders weten dat hij het "onmiddellijk weer zou doen".

Het Openbaar Ministerie (OM) besluit de politicus te vervolgen op verdenking van het zich beledigend uitlaten over een groep mensen op grond van hun ras en het aanzetten tot discriminatie van en haat tegen mensen.

Wilders noemt het proces een aanfluiting voor de rechtsstaat en bestempelt de officieren van justitie als handlangers van het kabinet. Wilders' advocaat betoogt dat de uitspraken niets met racisme te maken hebben, maar zijn gebaseerd op de problemen die de PVV in de Nederlandse samenleving ziet. 

Geert Wilders tijdens de eerste zitting van het hoger beroep (Foto: ANP).

Rechtbank oordeelt dat Wilders schuldig is

De rechtbank oordeelt op 9 december 2016 dat Wilders met zijn uitlatingen zich schuldig heeft gemaakt groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie. De boete van 5.000 euro die het OM had geëist, wordt niet opgelegd. 

Beide partijen besluiten in beroep te gaan. Het OM vindt dat Wilders ook veroordeeld moest worden voor het aanzetten tot haat van Marokkanen en vindt een straf passend in deze zaak. De PVV-leider is van mening dat hij onschuldig is.

Op 17 mei, tijdens de eerste regiezitting van het hoger beroep, dient Wilders met succes een wrakingsverzoek in. Hij zegt ernstige zorgen en twijfels te hebben over de neutraliteit van de voorzitter van het gerechtshof.

Het hoger beroep is eind november hervat met de behandeling van onderzoekswensen. Wilders' advocaat mag onder meer ex-politicus Ivo Opstelten horen, omdat hij als minister van Justitie en Veiligheid invloed zou hebben uitgeoefend op het besluit om Wilders te vervolgen. Ook voormalig OM-topman Herman Bolhaar mag worden gehoord.

De inhoudelijke behandeling van het hoger beroep start op 25 juni. Hiervoor zijn twaalf dagen uitgetrokken.