Het hoger beroep in de rechtszaak tegen Michael P., die terechtstaat voor het verkrachten en doden van de 25-jarige Anne Faber, gaat donderdag in het gerechtshof van Arnhem van start met een regiezitting. Een reconstructie van de zaak-Anne Faber.

In het kort

  • Op 29 september 2017 wordt Anne Faber verkracht en gedood door Michael P., die met zijn scooter op haar is gebotst
  • P. begraaft haar lichaam eerst op de locatie waar ze is omgekomen, daarna begraaft hij Faber in Zeewolde
  • P. heeft 28 jaar cel en tbs met dwangverpleging gekregen in de eerste aanleg. De verdediging ging in hoger beroep
  • Volgens de advocaten moet er strafvermindering komen, onder meer vanwege de hardhandigheid waarmee P. is opgepakt

Het is een relatief warme, zomerse ochtend op 11 juni als zich voor de schuifdeuren van de rechtbank in Utrecht een rij van mensen begint te vormen. Het gaat onder anderen om belangstellenden, studenten, journalisten en mensen die hebben gezocht naar de vermiste Faber.

In twee dagen wordt de zaak tegen de inmiddels 28-jarige verdachte inhoudelijk behandeld. Dag één: de verdenkingen tegen P. worden uitgesproken en deskundigen van het Pieter Baan Centrum (PBC) geven hun analyse van de geestelijke toestand van de man. Dag twee: de nabestaanden spreken, justitie komt met de strafeis en de advocaten houden hun pleidooi.

De zittingen vinden plaats in een redelijk kleine zaal. P. is, zoals van tevoren tijdens de niet-inhoudelijke zittingen is beloofd, aanwezig op maandag en dinsdag. De nabestaanden van Faber willen niet met hem in dezelfde ruimte zitten en volgen de zittingen vanuit een andere kamer via een livestream. Alleen haar oom, die zich eerder ook heeft opgeworpen als woordvoerder van de familie, zit in de zaal naast de advocaat van de familie.

Meteen al valt op dat P. een strak en vrij uitdrukkingsloos gezicht heeft. Later zal blijken dat hij medicatie heeft gekregen om rustig te blijven.

Michael P. in de rechtbank van Utrecht (foto: ANP)

Michael P.: 'Ik zet gewoon een masker op'

De rechtbank neemt de dag 29 september met Michael P. door, de dag dat Faber werd verkracht en gedood. Hij botste met zijn scooter tegen haar aan. Dit gebeurde tijdens haar fietstocht in de bossen van Den Dolder. Daar werkte P. op dat moment in een kliniek aan zijn terugkeer naar de maatschappij na de verkrachting van twee tienermeisjes in 2010. 

De man stond die dag naar eigen zeggen "stijf" van de Ritalin, een medicijn dat een stimulerende werking heeft. "Ik zit dan lekker in mijn vel." Tijdens een zorggesprek waarin eventueel nachtverlof werd besproken, kon de psycholoog niet zien dat de man Ritalin had gesnoven. "Ik zet gewoon een masker op", aldus de verdachte tijdens de zitting.

Het was 29 september zo rond 17.30 uur toen P. zich naar eigen zeggen bedacht dat hij verder wilde gaan met sloopwerkzaamheden in de oude keuken op het terrein van de kliniek waar hij verblijft. Eerder deed hij dit met twee anderen, maar die bewuste dag wilde P. in zijn eentje gaan. Dit leverde hem zo'n 60 euro op.

Rond die tijd stuurde hij ook een bericht naar zijn zwangere vriendin. Daarin vermeldde P. dat 'zijn telefoon vreemd doet, en dat hij mogelijk slecht bereikbaar is'. De rechtbank stelt tijdens de zitting dat hij dit mogelijk heeft gedaan, omdat de man wist wat hij wilde gaan doen. Michael P. stelt dit te hebben gedaan, omdat hij wist dat zijn vriendin de sloopwerkzaamheden in de keuken afkeurde en hij dit dus wilde verbergen. 

De route die Michael P. en Anne Faber hebben afgelegd (foto: NU.nl)

Ging het om voorbedachten rade? 

Zo gaat een groot deel van de eerste dag van de zaak: de rechtbank houdt P. vermoedens voor die uit het dossier naar voren komen en de man geeft antwoord. Soms klinkt hij boos en gefrustreerd. Andere keren blijft hij rustig, maar kort van stof. 

P. verklaart dat hij bang was dat Faber na de botsing de politie zou bellen, waarop hij haar telefoon afnam. Ook stelt hij dat hij haar niet wilde verkrachten, maar dat zij kenbaar maakte hier bang voor te zijn. Hierop werd hij achterdochtig, vanwege zijn eerdere veroordeling voor verkrachtingen, en verkrachtte hij haar, schetst hij in de rechtbank.

Toen Faber zich verdedigde en hem hierbij volgens zijn verklaring verwondde, heeft hij haar op zijn scooter meegenomen naar een afgelegen gebied. Hier schreeuwde de jonge vrouw om hulp, waarna hij haar heeft gedood, aldus de beschrijving van de verdachte.

Heeft P. zijn telefoon weggegooid zodat niet nagegaan kon worden waar hij die dag precies geweest is? Nee, het was een oud toestel, stelt hij. Uit de ritreconstructie blijkt dat P. Faber enige tijd voor de vermeende botsing al moet zijn tegengekomen. Heeft hij de vrouw opgewacht nadat hij haar zag? "Ik heb niemand gezien", aldus de man.

Het zal uiteindelijk allemaal leiden tot de vraag of hier sprake was van voorbedachten rade. Het Openbaar Ministerie (OM) meldt tijdens het requisitoir, dat op dinsdag plaatsvindt, dat er "planmatigheid" te zien is, maar dat moord niet bewezen kan worden. Justitie eist 28 jaar cel en tbs voor verkrachting, vrijheidsbeneming en gekwalificeerde doodslag, wat betekent dat P. de jonge vrouw heeft gedood om de verkrachting te verhullen. 

Het oordeel van deskundigen over de geestelijke toestand van P. 

Al op de eerste dag van de behandeling van de zaak laat Michael P. weten dat hij openstaat voor tbs met dwangverpleging. Onderzoekers van het PBC hebben hem geobserveerd, wat nog resulteert in een toevoeging aan de strafzaak. P. heeft gedurende zijn opname namelijk vijf medewerkers mishandeld na een escalatie. 

In het rapport wordt gesteld dat P. de neiging heeft om prikkels op te zoeken. In combinatie met een "wraakzuchtige tendens", kan dit bij hem leiden tot agressief gedrag. De man zou volgens het PBC moeite hebben met het beheersen van zijn emoties. Het onderzoek naar zijn psyche heeft daarnaast ook aangetoond dan de man psychopatische trekken vertoont. 

De straf en waarom de verdediging in hoger beroep is gegaan

De rechtbank heeft de onderzoekers gehoord en in het requisitoir heeft het OM uiteengezet welke straf P. moet krijgen en waarom. 

Bijna een maand na de laatste zitting, op dinsdag 17 juli, doet de rechtbank van Utrecht uitspraak in de zaak. P. wordt veroordeeld tot een celstraf van 28 jaar en tbs met dwangverpleging. 

Niet lang hierna maakt Niels Dorrestein, een van de advocaten van P., bekend dat hij in hoger beroep zal gaan. De verdediging vindt dat er strafvermindering moet komen, omdat de man bij zijn aanhouding op 9 oktober hardhandig is aangepakt, wat heeft geresulteerd in letsel aan zijn schouder. P. is daarnaast niet op zijn rechten gewezen en hij is bedreigd met een politiehond. 

Daarnaast stellen de advocaten dat de rechtbank te veel is uitgegaan van planmatigheid. De verdediging zal donderdag onderzoeksvragen indienen bij het gerechtshof. In deze regiezitting wordt de zaak nog niet inhoudelijk behandeld.